Het Baspanel over Budget Bassen

Bikkels beoordelen Bassen

Barend Courbois, Kenneth Bruce & Ivo Severijns

Het is een sombere avond. Eén voor één spoeden drie mannen zich door de gure donkere stad. Voor een felverlichte etalage houden ze even hun gehaaste pas in en werpen een blik naar binnen: muziekinstrumenten in alle soorten en maten. Hier moet het zijn. Rock Palace in Den Haag alwaar die avond Het Baspanel bijeen zal komen. En zij zijn uitverkoren…

De drie hoofdrolspelers komen uit uiteenlopende muzikale richtingen. Barend Courbois vertegenwoordigt de zware metalen en de plectrumplukkers. Kenneth Bruce, bassist van Candy Dulfer’s Funky Stuff is exponent van de cross-over: jazzyfunkyhiphopsalsa. Het trio wordt gecompleteerd door Ivo Severijns, bekend van onder andere Wild Romance, is sinds jaar en dag vertegenwoordiger van de mainstream pop en rock . Aanvankelijk zouden Koen Lommerse van Beef en Sem Bakker van Caesar ook aanschuiven maar zij moesten helaas ter elfder ure verstek laten gaan. Reggae en gitaarpop zullen dit verhaal dus niet kleuren. Gastheer van deze avond is Rick van Hoorn van Rock Palace.

Na aankomst is het even kennismaken bij een bakje koffie. Zichtbaar opgelucht wordt geconstateerd dat iedereen rookt: kan dat alvast geen roet in het eten gooien. Nadat de in een bananendoos meegebrachte breezers, biertjes, chips en nootjes strategisch zijn opgesteld en iedereen een blik langs de rijen instrumenten heeft laten gaan, kan worden overgegaan tot de core-business van deze avond: basjes proberen. Besloten wordt te starten met drie goedkope bassen voor beginners.
Rick: ‘Laten we iets echt in de beginnersfeer pakken, bijvoorbeeld een Yamaha, een Squier en een Washburn, die liggen prijstechnisch ook vlak bij elkaar.’
Tijdens het klaarzetten van de spullen, ontspint zich een aardig gesprek over vier- en vijfsnarige bassen:
Ivo: ‘Ik speel het laatste half jaar toch weer steeds meer viersnarig, uiteraard afhankelijk van het bandje waar ik op dat moment in speel en dat bevalt me goed.’
Kenneth: ‘Of nog minder kan ook, driesnarig of twee zoals die jongen van The Presidents of the United States.’
Ivo: ‘Of Tony Levin, die heeft een Music Man met drie snaren, hij gebruikt die bovenste toch niet… Het gaat slechter met de economie, dan moet je toch wat. Mag ik een setje snaren zonder de G?’
Rick: ‘Mag ik dan die G?’

Kicken dingetje
Nadat men zich even heeft verlustigd aan een Amerikaanse Fender Marcus Miller V (€ 2.569,=) die tot verbazing van allen een beetje tegenvalt qua sound en afwerking, wordt overgegaan tot het eerste speelrondje met een Yamaha RBX-270J van € 365,=.
Kenneth: ‘Hij klinkt passief lekkerder dan die vijfsnarige Marcus Miller van net. Heeft niet echt dode plekken.’
Barend: ‘Wat kost zoiets nou helemaal? Ik wou dat ik dat had gehad toen ik begon. Twee octaafjes, kicken dingetje hoor, voor beginners!’
Ondertussen op de achtergrond: ‘Euh, zijn dat jouw Marlborootjes? Ja, pak maar. Hé Barend, kun je ook iets simpels spelen?’
Ivo: ‘En licht hè? Ik heb vroeger veel van die Yamaha BB-1000’s gehad. Deze voelt anders, maar klinkt hetzelfde. Alles zit d’r op.’
Op de achtergrond: ‘Oh sorry, is dit jouw flesje? Ja, lekker is ie hè?’
Ivo: ‘Ja goed, speelt goed, lekker basje.’
Ondergetekende: ‘Ja, misschien beetje oneerbiedig, maar dan begin je je bijna af te vragen wat het prijsverschil met die Marcus Miller moet rechtvaardigen.’
Kenneth: ‘De naam, haha.’
Rick: ‘Nou, die vijfde snaar en die dopjes die er aan de achterkant uitvallen, haha.’

Knor
Tweede onderwerp van beoordeling is de Squier Standard Jazz Bass uit Indonesië met een advieswinkelprijs van € 318,=.
Terwijl Ivo de spits afbijt, ontspint zich op de achtergrond een bijna onverstaanbare discussie over een oude goudblonde Ibanez, waarbij de term Hubo meermaals valt.
Ivo, nog steeds bezig met de Squier: ‘Deze heeft wel iets meer een dood punt in de hals, dat had die Yamaha niet. Maar als je van Fender houdt en dat doe ik, dan is dit wel heel goedkoop. Ik vind hem wel tof. De hals voelt goed.’
Barend: ‘Ja die pluk is er wel, je hoort gelijk dat het een Jazz Bass is.’
Kenneth: ‘Ik heb ooit gehoord dat een Mexicaanse Fender negentig dollar kost om te produceren, tssssssss. Prima basje, met een betere slap dan die andere. Hij is wat dynamischer. Typisch Fender. De Yamaha is wat egaler over alle tonen.’
Barend stemt de E-snaar terug naar D en rammelt er wat powerchords uit: ‘Zo! Die blijft goed overeind. Dat is wat al die metal-kids tegenwoordig willen horen. Goed hoor.’
Ivo: ‘Het klopt allemaal wel. Als je de toon iets terug draait, dan krijg je lekker die knor.'

Meisjes
Vervolgens is de Washburn XB102 Camouflage (€ 379,=) aan de beurt. Een op zijn zachtst gezegd opvallende bas met vrouwensilhouetten in camouflageprint. De modelnamen worden spontaan bedacht: ‘Made in Iraq’, ‘George W. Bushbas’, ‘Enduring Peace’, ‘Desert Storm’.
Door deze verwijzingen raken we geheel in oriëntaalse sferen, wat Barend inspireert tot het spelen van een soort Turkse toonladders met veel kwartnoten en dalende melodieën.
Barend: ‘Hij speelt als een trein maar loopt wel iets aan.’ Al heen en weer schakelend: Dikke Precision.’
Ivo: ‘Nou was je me nèt voor…’
De stemming begint er aardig in te komen en iedereen doet vreselijk zijn best om de fotograaf in de weg te lopen: ‘Ja jammer, het zag er net heel leuk uit!’
Ivo: ‘Heb je de toon nou een beetje dicht staan?
Barend: ‘Ja het hele hoog d’r af.’
Ivo: ‘Best mooi…’
Barend: ‘Ja, snelheidsmonstertje. Zou iets beter afgesteld moeten worden, maar verder best o.k. Snaren iets hoger, elementen iets lager. Wel lekker ding. Next one!’
Ondertussen terwijl Kenneth de Washburn onder handen neemt, Ivo tegen Barend over de drankjes: ‘Kun je er al een beetje aan wennen?’
Barend: ‘Ja, ik vind het wel wat.’
Ivo: ‘Die helpen mij nooit zo, die Bacardi breezers. Ik kan er wel tien van drinken en dan denken, nou ik heb nu wel eens zin in iets alcoholisch. Maar eh, die Washburn is wel minder expressief dan de Jazz Bass. Hij is nog platter dan die Yamaha.’
Barend: ‘Maar, dat komt ook door die PJ-elementen, dat is toch een heel ander verhaal.’
Ivo: ‘Het klinkt een beetje alsof die elementen al over de zeik gaan.’
Kenneth: ‘Nee, de snaren raken de elementen nu heel snel.’
Ivo: ‘Maar ook als je de losse E aanslaat dan klikt hij waarschijnlijk niet tegen die pooltjes, maar toch is het net alsof ze dichtslaan.’
Kenneth: ‘Het is moeilijk die E!’ Er is iets in het midden. Een soort natuurlijke dip in het geluid. Hij is niet zo recht als die Yamaha.’
Ivo: ‘Ja, ik vind het niet zo.’
Sander, de gitaarmedewerker van Rockpalace, blijkt oog voor meer zaken te hebben dan alleen techniek: ‘Toch staat ie je goed.’
Ivo: ‘Ja zo wel hè? Pas maar op dat je mijn handen nog kan zien.’
Kenneth: ‘Ik denk dat de elektronica gewoon wat minder is.’
Ivo: ‘Ja maar ik heb het ook over de hals en zo. Er zit zo weinig dynamiek in. Èn, ik zou er niet naast gevonden willen worden als ik ooit sneuvel.’
Rick: ‘Maar hij is ook met doodshoofdjes te krijgen.’
Ivo: ‘Oh, mag ik dan een folder… Nee, ik vind dit de minste en dan denk ik dat ik toch de Jazz Bass het leukste vind.’
Kenneth: ‘Jazz Bass nummer 1, Yamaha nummer 2 en dan deze.’
Ivo: ‘Als je het hoog bij deze terug draait, dan krijg je daar niks voor terug, terwijl bij zo’n Fender en ook bij die Yamaha dan krijg je een leuk knorretje.’
Kenneth: ‘Maar het speelt wel lekker licht.’
Ivo: ‘Ja, oh shit ik had die meisjes nog helemaal niet gezien. Nou, bij nader inzien: ik vind deze toch wel heel erg goed hoor…’
Rick: ‘Ik kan wel een deal voor je regelen. Ze konden nog niemand vinden voor deze bas!’

Met algemene instemming komt de Squier voor deze heren als favoriet uit de bus. Typisch Fender is het oordeel. De Yamaha op twee is misschien wel de meest neutrale bas en daarom interessant voor de beginner. Kun je nog alle kanten mee op. De Washburn eindigt ten slotte als derde op het erepodium.

Kwaliteit
Er ontspint zich vervolgens een aardige discussie over ‘waar voor je geld’. Ondergetekende stelt dat het voor hem soms moeilijk te benoemen is hoeveel extra waar of kwaliteit je krijgt voor véél meer geld. Wanneer je ziet welke kwaliteit instrumenten voor bedragen tussen de 500 en 1.000 euro tegenwoordig al hebben, moet je heel wat te bieden hebben om 2.500 te kunnen rechtvaardigen. Natuurlijk, geselecteerd en uitgewerkt hout, handgebouwd, goede elektronica en hardware, dat is allemaal waar en heeft zijn prijs, maar wat blijft daar van over wanneer je met je bandje staat te blazen op het biljart in het café van ome Kees op de hoek?
Barend: ‘Bijna even weinig als van die cheape shit!’
Ivo: ‘Ja, maar het is net als met een auto: als het rijdt dan rijdt het. Maar het zit hem vaak in de extra’s en de uitvoering. Stemmechanieken die net niet helemaal o.k. zijn, of een brug waar de zadels niet ingeslepen zijn zodat het alle kanten opgaat. Of dat het prijsverschil rechtvaardigt weet ik niet, maar kwaliteitsverschil is er natuurlijk wel. Bij een dure bas sluit je geen compromis, neem je geen genoegen met minder. Daar moet alles goed zijn.’
Kenneth: ‘Het prijsverschil zit hem toch vaak in massaproductie of handgebouwd.’
Rick: ‘Verschillen zijn er en blijven er. Wanneer je van een Indonesische naar een Mexicaanse Fender gaat en dan naar een American Standard enzovoort, dan krijg je wel een steeds beter instrument, met steeds meer karakter.’
Kenneth: ‘Behalve dan die Marcus Miller…haha’
Barend: ‘Ja, dat is wel een beetje een bummer.’
Rick: ‘Prijsverschillen hebben ook heel veel te maken met het loonpeil in de landen waar de instrumenten worden gemaakt. Dat zegt niet persé iets over de kwaliteit. Vijf jaar geleden was een bas uit Korea ‘not done’. Nu accepteer je iets uit China.’
Ivo: ‘Vaak heeft de keuze ook niet met iets tastbaars te maken. Dat is hetzelfde als met een merkspijkerbroek tegenover een jeans van de markt. Waarom gingen alle bassisten een jaartje of tien geleden opeens over van hun authentieke oude Fender naar zo’n Sadowsky? Waarom is dat? Het is ook heel erg een gevoelskwestie en identificatie.’
Barend: ‘Precies, het is soms ook een hype en die worden mede gecreëerd door de bladen. Je idool speelt op zo’n bas, dan moet het wel goed zijn en dan wil je er ook één, omdat je denkt dat je dan hetzelfde klinkt.’
Kenneth: ‘Wat je niet moet vergeten is dat Fender de bas heeft uitgevonden. En we zijn jarenlang gewend aan dat Fender geluid. Dus op de een of andere manier, een Fender klinkt zoals het hoort want met dat geluid zijn al die platen opgenomen, dus we zijn geconditioneerd. Mensen zijn op zoek naar dát geluid. De pluk van een Japanse bas zal nooit zo klinken. Wat dat betreft zit Fender gebakken. Als je geen risico wilt lopen koop je gewoon een Fender. Altijd goed.’
Rick: ‘Fender is nu gewoon weer heel goed en breed bezig. Er zitten hier nu drie bassisten bij elkaar met heel uiteenlopende stijlen en ze kunnen zich allemaal vinden in dat Fendertje.’
Barend: ‘Maar in de jaren tachtig hebben ze ook een heleboel shit gemaakt.’
Ivo: ‘Ik speel nu zo’n jaartje of twintig bas en ik heb nooit een Fender gehad. Totdat ik een jaar geleden een oudere Jazz Bass kocht en ik dacht van verdomme! Dit is zoals het eigenlijk zou moeten zijn. Het is een beetje vervelend om daar telkens weer op terug te komen en het wiel opnieuw uit te vinden, maar die dingen hebben wel wat.’

Tijd dus, om nog eens even een paar duurdere uit het rek te pakken en naast die tegenvallende Amerikaanse Fender Marcus Miller V te zetten. De keuze valt op een Japanse Fender Marcus Miller IV (€ 1.319,=), de nieuwe Yamaha BB 2004 (€ 1.595,=) en de laatste spruit van Music Man, de Sub X01 2EQ (€ 950,=). Drie keer raden welke als favoriet uit de bus kwam? Juist, de Fender Marcus Miller IV. Obligate en voorspelbare keuze wellicht, maar daarom niet minder waar.

Alle genoemde bedragen zijn advieswinkelprijzen, prijspeil april 2004

Kenneth Bruce (15-09-1965) was na Saskia Laroo en Horn Of Plenty te horen bij de salsaband Gerald y la Ritmica. Tijdens het seizoen 2002-2003 bij E-Life, de huisband in de talkshow van Kevin Masters en nu in Candy Dulfer’s Funky Stuff. Kenneth speelt momenteel op vier- en vijfsnarige Fender Jazz Bass.

Barend Courbois (13-07-1967) speelde o.a. in WhistlerCourboisWhistler, Vengeance, Bert Heerink Band, Perfect Strangers en is tegenwoordig naast allerlei soloprojecten actief in Maxima, Action in DC en The John Hayes Project. Barend speelt op teveel om op te noemen. Kijk daarvoor op zijn website: www.barendcourbois.com

Ivo Severijns (12-12-1963) zat ruim tien jaar in Herman Brood's Wild Romance en produceerde zijn laatste studio-album 'Ciao Monkey'. Was het afgelopen jaar o.a. actief bij Powerplay, Paris Dandies en Rich Wyman. Ivo speelt momenteel op AxessGroove Bass, vijfsnarig, Gebuys vijfsnarig, Fender Jazz Bass, viersnarig.

Het Baspanel

Foto: Henx Fotografie