Het Baspanel over FX

Draai jij ‘ns effe wat…

Bassisten testen effecten

Het is een mistige herfstavond. Drie mannen zoeken hun weg naar Rock Palace in Den Haag voor de laatste aflevering van Het Baspanel. Panelleden Barend Courbois, Kenneth Bruce en Ivo Severijns laten hun licht schijnen over zin en onzin van een aantal baseffecten.

Terwijl gastheer Rick van Hoorn een drietal vergelijkbare effecten uit het assortiment selecteert laten de heren hun effectgebruik de revue passeren.
Ivo: ‘Tja, heel af en toe trek ik de good old Boss octaver uit de kast. Ook de Boss Bass Overdrive mag nog wel eens mee. In de studio zoek ik ook vaak naar een goede combinatie van clean en vervorming, maar dan eerder met plug-ins als Sansamp of Ampfarm. Compressie gebruik ik alleen in opname of mix-situaties. Alle modulatie effecten zoals phasers, flangers en chorus, vragen heel veel ruimte en werken eigenlijk het beste in solo-stukjes. Voor een begeleidende baspartij zijn die dus niet altijd de beste optie.’
Kenneth: ‘Ik gebruik live eigenlijk geen effecten. Heel af en toe een wah.’
Barend: ‘Ik ben een echte effectenfreak. Ik speel afhankelijk van het soort gig met verschillende set-ups. Maar daar zitten altijd wel de Digitech Whammy, en Space Station, de Dunlop Bass WahWah, de TC Electronics Chorus, de Electro Harmonix Bass Balls, de Boss Flanger en Distortion, of de Tube Works Real Tube Distortion in.’

Keukenblad
Natuurlijk kruipt het bloed waar het niet gaan kan en men grijpt de gelegenheid aan om tevens nog maar eens een paar bassen de revue te laten passeren. Over de passieve Music Man SUB X01 2EQ (€ 950,=) is men niet onverdeeld positief:
Ivo: ‘Janee, als je het laag opendraait is het wel OK, maar hij speelt helemaal niet fijn. Er zit zo’n rare plastic coating op.’
Kenneth: ‘Zit er wel hout onder? Hij mist iets, hoog denk ik. Je hoort het hout niet hij klinkt heel vlak.’
Barend: ‘Nee, voelt niet lekker, maar als keukenblad is ie wel mooi.’

Wah
Besloten wordt een drietal effecten met auto-wah of T-wah te proberen en daarvoor de Yamaha BB2004 (€ 1.595,=) en een Japanse Fender Marcus Miller IV (€ 1.319,=) te gebruiken. De effecten worden achter elkaar aan een Ampeg combo gehangen, zodat er naar hartelust heen en weer geschakeld kan worden om de recensent op een dwaalspoor te brengen. De keuze is gevallen op de EBS Bass IQ (€ 254,=) de MXR M188 Bass Auto Q (€ 204,=) en de Boss SYB-3 (€ 269,=). De drie apparaten ontlopen elkaar dus niet veel in prijs, maar behalve dat ze alledrie een T-wah aan boord hebben verschillen ze nog al. De EBS is echt een enkelvoudig effect is met beperkte instelmogelijkheden. De MXR heeft maar liefst zes parameters die ingesteld kunnen worden en is daarmee gecompliceerder in de bediening. De Boss is een analoge bass synthesizer in pedaalvorm, die naast de synth-sounds nog twee T-wah’s aan boord heeft.

Nadat het zaakje is aangesloten en de gehaktballetjes in pindasaus genuttigd zijn kan er afgetrapt worden.
Ivo: ‘Kom naar Rock Palace, daar hebben ze van alles in de winkel: breezers, chips, harde worst, je mag het gewoon pakken. Haha.’
Rick: ‘Zo, wat is die belettering klein op die dingen’.
MM: ‘Maar als je eenmaal je standje gevonden hebt…’
Rick: ‘Heb je alles net aangesloten, komt er weer zo’n zangeres met hoge hakken overheen struikelen.’
Ivo: ‘Oh, dan blijf ik nog even.’

Liever simpel
Nadat de eerste wah geluiden de ruimte vullen merkt iemand lachend op: Daar heb je Manuel! (Hugas red.).
Barend: ‘Toch een beetje lastig vergelijken zo, want je hebt telkens maar één standje.’
Kenneth: ‘Dat klopt, terwijl al die apparaten hebben een lekker gebied en een niet zo lekker gebied. Dat moet je eerst even uitvinden.’
Ivo: ’Lastig, je draait aan één knopje en alles veranderd en dan moet je ze eigenlijk weer opnieuw gaan vergelijken.’
Kenneth: ‘Ja, maar gebruikersgemak is ook belangrijk.’
Ivo: ‘Precies, daarom zou ik –als ik al zoiets zou zoeken- altijd kiezen voor zoiets als de EBS. De Spartaanse aanpak: hou het simpel, twee knoppen en dat is het. Die MXR heb ik al eens eerder geprobeerd en die kan wel véél meer, maar die gooi je in je koffer en dan kun je elke dag weer opnieuw beginnen met instellen. Of het kan wel veel meer, zoals die Boss, maar dan is het weer allemaal nét niet. Het is allemaal te laat of niet strak. Dan kun je nog beter zo’n Q-tron of Bass Balls van Electro Harmonix hebben. Dat ruist wel enorm, maar het doet iets, daar heb je het gevoel dat je meer zelf de controle hebt. Ik vind de MXR te ingewikkeld, de Boss nét niet en de EBS wat ik zoek. Simpel twee knopjes en een schakelaar. De EBS lijkt iets dynamischer, die reageert meer op wat je doet.’

Dun en onderkant
Kenneth begint zijn ronde met meteen maar alles tegelijkertijd aan te zetten, waarop Ivo vraagt of hij er nog meer wil.
Kenneth: ‘Die MXR, daar kun je wel mee werken.’ Tijdens de synthstandjes op de Boss: ‘Láát man!’
Ivo: ‘Ja, beeld en geluid lopen niet meer helemaal synchroon.’
Kenneth: ‘Maakt niet uit welke toon je speelt, klinkt allemaal hetzelfde.’
Ivo: ‘Speel dan eens een andere noot…’
Kenneth: ‘Nee, deze vind ik het minst. De MXR daar moet je mee leren werken en die klinkt een beetje dun. Ik vind de EBS het best werkbaar. Hij is snel en het laag blijft goed overeind. Geef mij maar de EBS.’

Barend al spelend op de Boss: ‘Dit is natuurlijk een bass synthesizer, die is veel uitgebreider. De envelope is er maar een onderdeeltje van.’
Kenneth: ‘Goed te gebruiken in een house deuntje.’
Barend: ‘Mijn voorkeur gaat toch ook wel uit naar de EBS. Vooral vanwege het gemak er van. De MXR zal dik in orde zijn, maar daar moet ik veel meer tijd insteken. Het is moeilijk om daar nu zo even snel iets van te zeggen.’
Kenneth: ‘Bij de MXR heb je iets meer veelzijdigheid qua geluid.’
Barend: ‘Ja, draai jij dan eens wat, dan speel ik wel door.’ Terwijl Kenneth de zes parameters één voor één doorloopt, komen de aanwezigen tot de conclusie dat de MXR weliswaar veelzijdiger is, maar onderkant mist in vergelijking met de EBS.
Ivo: ‘De MXR is dan wel veelzijdiger, maar ik hoor ook zoveel lelijke standjes en dat heb ik bij de EBS niet.’

De Wimbish theorie
Over de Fender Marcus Miller IV zijn de meningen verdeeld. Barend en Kenneth vinden hem héél goed, terwijl Ivo twijfelt: ‘Vinden jullie hem nou echt zoveel lekkerder dan de standaard Squier Jazzbass? Scheelt bijna duizend piek.’ Maar zijn collega’s zijn niet te overtuigen. Besloten wordt nog een rondje te doen met de Yamaha BB 2004. Na enig gesteggel over de functies van de toonregeling is Barend wel overtuigd: ‘Ik vind hem lekker spelen.’
Ivo: ‘Het is net of die effecten beter reageren op deze bas.’
Barend: ‘Ja, de Doug Wimbish theorie.’
MM: ‘Eh, hoezo?’
Barend: ‘Wimbish beweert altijd dat effecten veel beter reageren op bassen met een doorlopende hals omdat je een veel gelijkmatiger toon hebt.’
Ivo: ‘het is gek, het laag klinkt wel helemaal te gek strak, maar de pluk is het niet helemaal.’
Barend: ‘Ja, de pluk is een beetje cheap.’
Kenneth: ‘Niet verkeerd basje hoor, de hals is lekker maar de string spacing is te smal voor mij. Het is geen Fender spacing.
Ivo: ‘Ik heb niet van die kleine handen, maar dit is voor mij ook te smal. Ik vind dit goed, maar de Fender toch een stuk fijner, qua hals, spacing en sound. Dit vind ik te geknepen klinken.’

MM: ‘Wel heren dan zijn we zo’n beetje aan het eind gekomen van de derde aflevering van Het Baspanel, dus langzamerhand wordt het tijd om de gewetensvraag te gaan stellen. Ik wil graag van jullie horen wat je eindoordeel is over de effecten .’ Daarover bestaat een grote eensgezindheid. De heren hebben een grote voorkeur voor de EBS BassIQ vanwege het grote bedieningsgemak en de goede sound, waarbij opviel dat het laag beter overeind bleef dan bij de MXR Bass AutoQ en de Boss SYB-3.

Lijstjes
MM: ‘Jullie hebben nu, na drie afleveringen, een behoorlijk aantal bassen, boxen, combo’s en effecten kunnen beoordelen. Stel dat ik jullie drie keer een budget ter beschikking zou kunnen stellen, waarmee zou je dan het winkelpand verlaten?’ Stel ik geef je vijftienhonderd euro en je moet een bas, een combo en een effect uitzoeken, waar gaat je voorkeur naar uit?’
Rick: ‘Stel? Stel? Dat was toch de deal?’
Kenneth: ‘Nou de Squier Jazzbass, het Roland combo en het EBS effect.’
Ivo: ‘Vijftienhonderd? Nou ik zou in ieder geval het Roland combo en het EBS effectje kopen. Ik vind het heel erg maar ik weet echt niet of ik die Marcus Miller nou zoveel te gekker vind dan de Squier. Ik denk er nog even over na en ik pak ze nog even vast. Momentje.’
Kenneth: ‘Red je het dan met vijftienhonderd, met die Marcus Miller er bij? Nee toch?’
Barend: ‘Ja, zelfde verhaal zo’n beetje. Roland, EBS en helaas die Marcus Miller redden we dus niet voor dat geld, dus dan wordt het de Squier. We zullen er alledrie wel weer hetzelfde over denken.’
Kenneth: ‘Helaas…’
MM: ‘Stel ik geef je vijfentwintighonderd euro, hoe ziet het lijstje er dan uit?’
Kenneth: ‘Fender Marcus Miller IV, Ampeg 210 Classic en EBS BassIQ.’
Barend: ‘Met die Eden red ik het niet denk ik, dus dan ook de Ampeg Classic, EBS en het Squierbasje.’
Ivo: ‘Ik ben d´r wel uit. Bij vijfentwintighonderd, neem ik de Eden en de Squier en bij vijftien EBS, Roland en Squier. Ik voel wel dat de Marcus Miller iets meer potentie heeft, maar het prijsverschil in aanmerking genomen, zou ik toch voor de Squier gaan en dan wilde ik vragen of ik met het geld dat dan telkens over is iets anders leuks mag doen.’
MM: ‘En stel dat geld geen rol speelt?
Kenneth: ‘Ja, makkelijk: Eden 210, Fender Marcus Miller en EBS.’
Barend: ‘Sorry, saai maar hetzelfde verhaal.’
Ivo: ‘Ja, dan neem ik het ook.’

Na zoveel eensgezindheid is het voor de fotosessie die volgt uiterst prettig dat de heren wèl heel verschillend schoeisel dragen. Het blijkt nog lastig drie effectpedalen onder drie voeten herkenbaar op de plaat te krijgen. Maar eind goed al goed. Het gezelschap waaiert uiteen door de winderige stad. Kenneth zoekt haastig ‘the last train home’ terwijl de rest onder het genot van een alcoholische versnapering nog even gaat verpozen in een Haags horeca-etablissement: ‘Dim lights, thick smoke and loud, loud music’ .

Alle genoemde bedragen zijn advieswinkelprijzen, prijspeil april 2004

Kenneth Bruce (15-09-1965) was na Saskia Laroo en Horn Of Plenty te horen bij de salsaband Gerald y la Ritmica. Tijdens het seizoen 2002-2003 bij E-Life, de huisband in de talkshow van Kevin Masters en nu in Candy Dulfer’s Funky Stuff. Kenneth speelt meestal helemaal naturel, zonder effecten. In het verleden gebruikte hij wel eens een wah.

Barend Courbois (13-07-1967) speelde o.a. in WhistlerCourboisWhistler, Vengeance, Bert Heerink Band, Perfect Strangers en is tegenwoordig naast allerlei soloprojecten actief in Maxima, Action in DC en The John Hayes Project. Barend gebruikt teveel effecten om op te noemen. Kijk daarvoor op zijn website: www.barendcourbois.com

Ivo Severijns (12-12-1963) zat ruim tien jaar in Herman Brood's Wild Romance en produceerde zijn laatste studio-album 'Ciao Monkey'. Hij was het afgelopen jaar naast zijn productiewerk o.a. actief bij Powerplay, Paris Dandies en Rich Wyman. Ivo gebruikt de Boss Bass Overdrive en Boss Octaver. Laatste nieuws: sinds kort speelt Ivo op een blonde G&L ASAT bas.

Het Baspanel

Foto: Henx Fotografie