Dutch Basses 2006

Diverse artiesten - Dutch Basses 2006, Schoots Records.

Biréli Lagrène – Gipsy Project, Dreyfus Jazz

Level 42 – Live at the Apollo, London, Two Camels Music

Jack Bruce – Jack Bruce at Rockpalast, ARD-Video

Op 28 februari vond in de Ellingtonzaal van het Amsterdams Conservatorium de presentatie plaats van de CD Dutch Basses. Doel van het schijfje is vooral om ook over de grens eens te laten horen hoeveel getalenteerde bassisten er in Nederland rondlopen. Daartoe werden 14 bassisten en Chapmanstick speler Ron Baggerman bijeengebracht die met elkaar een dwarsdoorsnede geven van wat er door Nederlandse topbassisten zoal bij elkaar gebast wordt.
Wat een luchtige ‘old boys gettogether’ van basvrienden had kunnen worden liep helaas uit op een bijeenkomst die zich kenmerkte door haperende geluidstechniek en een enigszins beklemmende sfeer. “Niets is zo irritant als voor een zaal vol bassisten te spelen”, liet Davy de Wit zich ontvallen. Daarmee gaf hij de wat stroeve sfeer heel goed weer.
Bepaald niet stroef was zijn spel en dat gold evenzeer voor de verrichtingen van Mark Haanstra, David de Marez Oyens, Jurre Hogervorst en Tony Overwater. Zij lieten zich niet van de wijs brengen door suizende versterkers en krakende kabels en gaven al dan niet bijgestaan door slagwerkers, saxofonisten of zangeressen een aardig inkijkje in hun technische en muzikale keuken.
Haanstra speelde zichtbaar met plezier twee complexe stukken waarmee hij heel dicht bij het instrument bleef en bewees een uitstekend bassist in de Pastoriustraditie te zijn. Tony Overwater speelde een getokkeld en gestreken stuk op zijn Viola da Gamba en trakteerde het publiek zowaar op een stukje basgitaar. De Marez Oyens en Hogervorst speelden ‘Pavane’, een bewerking van een pianosonate van Hendrik Andriessen (bekend van orgelwerken en kerkmuziek), waarmee ze bewezen dat dit technisch mogelijk is. Davy de Wit vertolkte met zangeres “Get here” van Oleta Adams en liet horen dat je op een zessnarige bas heel goed gitaarpartijen kunt spelen. De presentatie werd afgesloten door Ron Baggerman op Chapmanstick. Na de pauze was er gelegenheid tot een jam waaraan ook werd deelgenomen door Linley Marthe, de bassist van Joe Zawinul, die in Nederland was om een aantal clinics te geven.
Een stuk vrolijker werd ik van de cd waarop er, naast de wat meer experimentele exercities van Tony Overwater en Pieter Douma, vooral naar hartelust basgitaar gespeeld wordt en dat is uiteidelijk toch de beste promotie voor het instrument. Opvallend goed vond ik het stuk “Me and Freddie” van Frans Vollink: jaren tachtig jazzrock met veel vakmanschap en het grappige “Bonnie & Clyde on the one” van Edwin van Huik: op zoek naar de één in de traditie van Stanley Clarke en Bootsy Collins. Aan de cd werd verder meegewerkt door: Joeri Hommerson, Jeroen Vierdag, Joris Teepe, Charly Angenois en Ernst Glerum.

Op DVD gebied verschenen er ook nog een aantal interessante items. Allereerst ‘Gipsy Project, Live in Paris’ een concertregistratie van de Franse gitarist Biréli Lagrène. Biréli speelt gipsyjazz in de traditie van Django Reinhardt, maar kijkt over de horizon van de Hotclub de France swing ook naar de jazzstandards uit de Verenigde Staten, schrijft zelf eigentijds repertoire en blijkt bovendien begenadigd virtuoos op de fretloze Jazzbass. Deze ingrediënten leveren een DVD op met spetterend gitaarwerk en basspel waar de vonken vanaf vliegen.
Level 42 liet een DVD het licht zien, met daarop een integrale weergave van hun concert in het Apollo Theatre in London 2003. In zestien stukken komen alle grote hits foutloos voorbij. De heren spreiden groot muzikaal vakmanschap tentoon, maar het geheel blijft nogal statisch. Er valt eigenlijk weinig te kijken, of het moet de kerstboomverlichting op Mark King’s bassen zijn. Zijn baspartijen verdwijnen veelal in de unisono gespeelde gitaarpartijen en synthsequences. Meest bewonderenswaardig blijft nog wel zijn vermogen om de leadzang te combineren met zijn ritmisch complexe basspel.
Uit de oude doos komt de dubbel DVD met de oude WDR-Rockpalast opnames van een drietal concerten die Jack Bruce met wisselende bezettingen heeft gegeven voor dit legendarische TV programma. Het betreft de registraties van zijn shows uit 1980, 1983 en 1990 en daarmee wordt in vogelvlucht eigenlijk een mooi overzicht van zijn muzikale carrière en oeuvre gegeven. Voor wie van Jack’s stem en basgeluid houdt of gewoon de geschiedenis van de popmuziek wil documenteren, zijn dit waardevolle schijfjes.