Elixir

Elixir Nanoweb en Acoustic bassnaren Great Sound, Long Life

Snaren slijten. Bloed, zweet, tranen en andere lichaamseigen afscheidingen evenals nicotine en alcohol zijn daarbij belangrijke boosdoeners die corrosie en roest veroorzaken. Op een zeker moment is de rek eruit en gaan de heldere klank en toon verloren. Voor de bassist is dit een bijzonder probleem, omdat een setje bassnaren nu eenmaal duur is. Vroeger was dit niet zo'n punt, omdat van de bas niet meer verwacht werd dan wat ritmisch dof gedreun. Toen kon een set snaren met een beetje geluk bijna net zo lang mee als de basgitaar zelf. Timothy B. Schmit, bassist van de Amerikaanse countryband Poco en later de Eagles liet zich in een interview begin jaren tachtig van de vorige eeuw nog ontvallen dat hij nog nooit nieuwe snaren had gekocht. Hij speelde al jaren met dezelfde set flatwound snaren op zijn bas. Anno 2001 is dat onder invloed van al het slapgeweld niet meer voor te stellen.
Om niet wekelijks zwaar in de beurs te hoeven tasten -want zeventig gulden voor een setje viersnaren is heel normaal- bedachten bassisten allerlei slimme trucs om de vervuiling tegen te gaan en hun toon te behouden. Uitkoken met een beetje Biotex is daarvan wel de bekendste. Maar dat had als resultaat dat stalen snaren gingen roesten en slap werden als postelastieken. Poetsen met ontvetters als wasbenzine, alcohol of zelfs thinner hadden ook niet echt een heilzame werking op de levensduur van de snaar. Een nachtje in een bakje met Steradent kunstgebitreiniger wilde nog wel eens even helpen. Het bleef echter dweilen met de kraan open.
Snarenfabrikanten proberen ook al jaren een steentje bij te dragen aan de oplossing van 'het probleem' en kwamen met zeer tot de verbeelding sprekende technische vindingen om de levensduur van de snaar te verlengen. Echter aan het probleem van ophopend vuil tussen de windingen viel natuurlijk niet veel te doen. Hoewel… een jaar of twintig geleden was er een fabrikant die zijn snaren omwikkelde met een soort zwarte plastic krimpkous. Klonk voor geen meter natuurlijk, maar het zag er wel fantastisch uit.
Ik weet niet of de mensen van Gore dit concept in het achterhoofd hadden, maar een aantal jaren geleden brachten zij de Elixirsnaren op de markt, die voorzien waren van een laagje PolyWeb, een coating van polymeer. PolyWeb sloot als het ware de ruimte tussen de windingen af voor vocht en vuil en droeg zo bij aan een langere levensduur van de snaren. Misschien nog belangrijker was dat de coating de klank van de snaren niet aantastte. De Elixir snaren klonken als nieuwe snaren die een paar uur uit de verpakking en even bespeeld waren. Levendig dus. Bijkomende voordelen van de PolyWeb coating waren een voortreffelijke action en minder bijgeluiden. Binnen korte tijd verwierven de Elixirsnaren dan ook een behoorlijke populariteit onder gitaristen en bassisten.
Omdat de originele PolyWeb soms toch een beetje ging rafelen door plectrumaanslag of op veel bespeelde posities op de hals én muzikanten vroegen om een toon die nog dichter bij nieuwe onbespeelde 'normale' snaren lag, heeft men bij Gore een nieuwe fluorpolymeertechniek ontwikkeld waarmee nog dunnere weefsel gemaakt kon worden zonder in te boeten op levensduur. Deze NanoWeb coating heeft een dikte van 400 nanometer en is daarmee zeventig procent dunner dan de originele PolyWeb omwikkeling. Naast deze technische vernieuwing completeerde Elixir zijn lijn met snaren voor banjo, mandoline, nylonsnarige gitaren en akoestische basgitaar.