Jazz Bass Test

14 Jazzbassen vergeleken

De Fender Precision Bass vierde vorig jaar zijn gouden jubileum. Bij Fender had men dat bijna vergeten, maar in allerijl kwamen er in de loop van 2001 nog wat feestelijkheden, waaronder een 50th anniversary American Series P-Bass. Het lijkt wel symptomatisch, want hoewel de P -Bass de oudste is en er de meeste exemplaren van werden verkocht, is de Fender Jazz Bass altijd het lievelingetje van de klas geweest en ook de bas die het meest navolging kreeg. De Jazz Bass zag het levenslicht in 1960. Het was de basuitvoering van de in 1957 geintroduceerde Jazzmaster gitaar. De Jazz Bass had in vergelijking met de Precision een a-symmetrisch gevormde body, een smallere slanke hals, twee elementen met dubbel volume en toon. Een veelzijdiger instrument dus. In die jaren kostte een Jazz Bass in Nederland omgerekend ongeveer 470 euro. Na de overname van Fender door CBS in 1966, werd de Jazz Bass enigszins gerestyled en kreeg hij de bekende blokinlays op de hals. De Jazz Bass werd vooral vanaf de jaren 1970 populair door bespelers als Jaco Pastorius, Larry Graham en natuurlijk later Bootsy Collins, Marcus Miller, Victor Bailey en vele anderen, want natuurlijk heeft iedere zichzelf respecterende bassist weleens op een Jazz gespeeld. Naarmate de populariteit van de Jazz Bass steeg, groeide ook de belangstelling van de goedkope Aziatische kopieŽn. Maar ontsnapte de Jazz Bass niet aan de aandacht van de ambachtelijke edelbassenbouwers. Tenslotte maakt Fender zelf een niet onaanzienlijk rijtje verschillende Jazzbassen. Blijkbaar is de Jazz Bass anno 2002 nog steeds een begerenswaardig instrument. Tegenwoordig zijn er Jazzbassen in vele soorten en maten. Van passieve viersnaar tot en met actieve vijfsnaar, links- en rechtshandig, gefret of fretloos. Kortom, reden genoeg om eens een aantal zaken en veertien Jazzbassen van verschillende signatuur op een rijtje te zetten.
Voor deze vergelijking werden er vrij willekeurig veertien Jazzbassen onder de loep genomen en vergeleken met het origineel. Belangrijk criterium was, wat er op een korte termijn zoal bij elkaar te sprokkelen viel. Als referentie hadden we de beschikking over drie oude Fenders uit 1962, 1964 en 1966. De laatste viel helaas al snel af omdat hij was bespannen met snaren uit een vergelijkbaar jaar. De veertien bassen werden onderverdeeld in drie prijscategorieŽn te weten budget, middenklasse en top. De bassen werden op ťťn en dezelfde basinstallatie met neutrale instelling uitgeprobeerd en bespeeld door twee uitstekende maar in stijl van fusion tot bluesrock uiteenlopende bassisten en tenslotte beoordeeld door een panel bestaande uit bassisten, journalisten en een bassenbouwer. Eťn ding hebben ze gemeen: ze spelen allemaal bas. De bassen werden beoordeeld op zaken als afwerking, afstelling, materialen, electronica, sustain en natuurlijk de klankeigenschappen knor, pluk, twang, kwaak en kuch. Ronk is hier helaas niet van toepassing, dat hoort meer bij de Precision. Natuurlijk was het geen wedstrijd, daarvoor liepen de bassen teveel uiteen. Uiteindelijk had iedereen natuurlijk binnen elke categorie wel zijn voorkeur. De prijs/kwaliteitverhouding speelde daarbij een belangrijke rol en natuurlijk hoe dicht de bas bij het origineel uit de jaren zestig kwam. Voor de beoordeling: lees verder en huiver...

De budgetklasse: 270 tot 649 euro.

Vintage EJM-96
Deze Vietnamese Jazz Bass is een kopie van de pre-CBS Jazz Bass. De bas is goed gebouwd en afgewerkt, waarbij met name het spuitwerk als voorbeeldig ervaren werd. Zoals bij de meeste bassen in deze prijsklasse, verdient de afstelling nog wel enige aandacht. Dat is een zaak die door de winkelier of importeur zal moeten gebeuren. De bas is behoorlijk zwaar, maar speelt comfortabel. De mechanieken zijn in orde. De hals is niet helemaal stabiel. Het geluid benadert dat van de referentiebassen heel goed en de bas heeft een mooi open geluid. De elementen zijn wat microfonisch, maar met name het brugelement presteert goed. De knor is heel duidelijk aanwezig, met een iets minder ranzig randje dan het origineel en ook de slap mag er wezen. Conclusie: een verrassend goede bas voor het geld.

Ken Rose SJB 300
Deze in Duitsland ontwikkelde bas wordt in Korea gemaakt en gaat voor hetzelfde geld de deur uit als de Vintage. Ook hier gaat het om een goed gebouwde bas met een redelijke afwerking, waarbij de afstelling enigszins te wensen overlaat. Toch staat hij iets verder van het origineel af dan de Vintage. De hals voelt dikker aan dan de Jazz Bass. Het geluid is krachtig maar dun, hetgeen wellicht veroorzaakt wordt doordat het brugelement dicht bij de brug is gemonteerd. In het algemeen heeft de Ken Rose te veel kwaak vergeleken bij de Fender. De knor is in orde, maar de pluk is niet mooi. Die is niet droog genoeg aldus de 'deskundigen'. Conclusie: geen straf om op te spelen, maarÖ

Squier Standard Jazz Bass
In 1982 verplaatste Fender een deel van de produktie onder de naam Squier naar AziŽ om de concurrentie met de produkten uit deze streken aan te kunnen. De Squier bassen worden gemaakt in IndonesiŽ. Het onderhavige exemplaar is wel mooi afgewerkt in Candy Apple Red, maar de afstelling is hopeloos. De hals voelt niet erg vertrouwingwekkend aan. Daar zit teveel beweging in. Enige twijfel ontstaat er over de elementen. Of er zijn twee halselementen gemonteerd, of men heeft voor het brugelement het verkeerde gat gefreesd.. De sustain van de bas is goed evenals de knor, met de toonregeling een beetje dicht. Het overall geluid wordt als redelijk bestempeld, maar deze Aziatische Fender wordt door de bespelers vrij snel weggezet vanwege de slechte bespeelbaarheid. Conclusie: onder de maat.

Fender Standard Jazz Bass
Deze Fender is de duurste uit de budgetgroep. De onderdelen van de bas worden gemaakt in Amerika, maar de assemblage en het spuitwerk vindt honderdvijftig kilometer verder in Mexico plaats. Dit zou dus een gewone 'echte' Jazz Bass moeten zijn. De bouwwijze is goed en degelijk. De sustain is goed, maar de bas neigt een beetje naar een boemerig geluid. De hoogte afstelling van de snaren is niet naar behoren, waardoor er een hoorbaar volume verschil is tussen de E en A snaar. Uiteraard heeft deze bas knor, maar wel minder dan de Ken Rose. Deze Mexicaanse Fender klinkt gebalanceerder en dikker dan de anderen, maar minder uitgesproken, wat wolliger met minder definitie. Ondanks de palissander toets heeft hij een behoorlijke slap in huis. Conclusie: goede bas, maar wat meer aandacht voor detail gewenst.

De middenklasse: 1135 tot 1705 euro

Hot Wire Vintage 4
Deze Jazz Bass kopie uit de Duitse Hot Wire workshop is heel mooi gebouwd, met oog voor detail. Men heeft geprobeerd dicht bij het origineel te blijven met een slanke dunne hals, maar toch enkele verbeteringen aangebracht zoals een extra fretje, waarmee de hoge E te bereiken is. Opvallend is de hoge afstelling van de elementen, waardoor je de snaren gemakkelijk tegen de elementen aandrukt. Al spelend blijkt de Hot Wire niet veel karakter te hebben. Knor en pluk zijn nauwelijks aanwezig en de heren bassisten typeren het geluid van deze bas als dun, weinig kleurrijk en plat. Hetgeen tot enige verbazing leidt, want men heeft betere exemplaren van dit merk in handen gehad. Conclusie: niet zoveel karakter. Gezien de prijs moet dat beter kunnen.

Bassline Incognito 4DL
Eveneens uit Duitsland, deze Jazz Bass kopie van Bassline. Niks incognito, zouden we zeggen, want in alles is duidelijk waar deze bas aan moet refereren. De Incognito is goed gebouwd, zoals je mag verwachten, maar de topkam is veel te hoog ingevijld waardoor het spelen laag op de hals wat moeizaam is. Zonder te willen vervallen in voetbal terminologie, wordt bij de Bassline net als bij de Hot Wire opgemerkt, dat hij heel Duits klinkt, dus technisch en kil, zonder warmte. De bas heeft veel midden, weinig toon in de slap, maar wel een heel percussief geluid met meer eigen karakter dan de Hot Wire. Het knorretje is dan weer nŤt over de top: iets te ranzig. Conclusie: technobas voor slappers.

Fender American Jazz Bass
Deze 'All American' Jazz Bass heeft de originele body, radius en contouren van de Jazz Bass uit de jaren 1960, maar dan wel met slimme moderne extra's zoals de met grafiet versterkte hals en de afgeronde toets. Wellicht dat hierdoor de hals wat dikker aanvoelt dan de originele, maar de hals is heel stijf en de bas heeft mede daardoor een enorme sustain. Met name de losse E blinkt uit. Het hoog lijkt wat scherper dan bij de oude referentiebassen. Minpuntje: de potmeters zitten niet goed vast en draaien mee. Conclusie: helemaal de goede oude vertrouwde Fender Jazz Bass sound. Daar valt verder weinig aan toe te voegen of af te dingen.

Marleaux JB4
Alles wat hiervoor gezegd is over de kille Duitse sound, gaat weer niet op voor de Marleaux JB4 terwijl hij toch uit Duitsland komt. Deze prachtig gebouwde bas heeft een hele dunne matte finish, waardoor hij heel natuurlijk klinkt. Het geluid is evenwichtig met een fantastische sustain, hetgeen mede veroorzaakt zal worden door de zespuntsbevestiging. Bij heen en weer schakelen tussen actief en passief valt op dat er weinig verschil is. Passief klinkt hij wat dikker, actief wat glaziger. In beide gevallen excelleert hij in een mooie warme diepe houtklank. Door de goede bespeelbaarheid en sound nodigt hij uit tot spelen. Conclusie: mooie moderne Fender sound.

Catalyst Tigris
Een vreemde eend in de bijt, deze Catalyst Tigris, want er is geen splinter hout aan te bekennen. Dit Nederlands produkt is geheel in ťťn stuk gebakken van sound compound en dus een soort Star Wars versie van de originele Jazz Bass. De Tigris is een zwaar instrument, maar wel met een hele goede action. De output is heel hoog en de bas klinkt heel massief. De sound wordt als metalig, glad en niet warm gekarakteriseerd, waarbij het laag en midden heel sterk vertegenwoordigd is. De G snaar klinkt dun, maar verder is de sound heel constant. De Tigris munt uit als moderne slapbas met een geweldige moderne actieve pluk, maar is minder geschikt voor het fingerstyle knorretje. Conclusie: Een goed instrument zeker gelet op de prijs, maar zoals een van de bassisten opmerkte: "Jaco woont hier niet."

De topklasse: van 2000 tot 2633 euro

Fender American Deluxe Jazz Bass

Deze Jazz Bass is het paradepaardje van de Fender Jazzbassen met de actieve 18 volts driebands toonregeling en de noiseless humbuckers. Luxe is ook de afwerking met bijvoorbeeld abalone dot inlays. De bas is voorbeeldig afgesteld en speelt als een trein. Op de bouwwijze, afwerking en afstelling is niets aan te merken. Over de sound lopen de meningen wat uiteen. Het geluid van de pluk is goed, maar heeft weinig druk en de bas klinkt overall wat schel en agressief en heeft niet het nasale van de oude Jazz Bass. Dat wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de humbuckers in combinatie met het actieve circuit. Conclusie: vergeleken met de oude Fenders is dit een eigenlijk heel nieuw instrument, met een eigen moderne actieve sound.

Sadowsky Jazz Bass
Deze Jazzer is in Japan gebouwd door Yoshi Kikushi, een leerling van Roger Sadowsky. De bouwwijze en afstelling en sound van deze bas zijn helemaal goed. Passief klinkt hij mooi rond met een absoluut Sadowsky karakter. Actief klinkt hij wat glazig en heeft hij heel veel hoog dat er wel een beetje uitgedraaid mag worden. In beide gevallen is er een voortreffelijke pluk en knor. Hij geeft een breder spectrum weer dan de oude Jazz Bass, maar het dikkere hoog van de Fender blijft waarschijnlijk beter overeind in bandverband. Conclusie: klinkt heel erg als een Jazz Bass, maar dan wel een moderne opgevoerde.

VD End JB-4
Opvallend aan dit produkt van vaderlandse bodem is dat de vormgeving enigszins afwijkt van het origineel. Dit is de enige uit het rijtje van veertien, waarbij de bouwer duidelijk geprobeerd heeft een wat eigentijdse vormgeving toe te passen. De bas is heel dun gelakt, wardoor je veel hout hoort. De knor is mooi gelijkmatig warm met een randje en de slap is helemaal Š la Marcus Miller. De bas heeft een speciale midhoog cut regelaar oftewel de 'knorregelaar' die bijna zorgt voor een teveel aan knor, zo dat al mogelijk is. Passief heeft hij echt het nasale van de Jazz Bass. Conclusie: eigenzinnige veelzijdige moderne Jazz Bass. Veel waar voor het geld.

Mike Lull Modern V-4
Dit voor Nederland relatief nieuwe en jonge instrument komt uit de USA. Passief heeft hij heel veel droge knor, met een mooie compressie, die als beter dan de Sadowsky wordt ervaren. De actieve slap is ook heel goed, maar net weer minder dan de Sadowsky. De bouwwijze en afwerking zijn geweldig. De bas is heel licht van gewicht en speelt, mede door de satin finish van de hals, als een nieuwe. Conclusie: deze Lull klinkt bepaald niet lullig en komt heel dicht bij de oude Fender. Een kanon.

Celinder J Classic 4
We sluiten af met de duurste uit de serie, een bas van Deense makelij die zijn weg naar de professional reeds gevonden heeft. Opvallend is dat bij deze bas men het nogal snel eens is: bouwwijze, afwerking, bespeelbaarheid is allemaal voorbeeldig en dik in orde. De Celinder klinkt als een echte oude Jazz Bass, misschien iets minder warm dan de Lull. Van alle geprobeerde niet-Fenders klinkt deze nog het meest vintage Jazz Bass. Misschien nog wel meer dan een vintage Jazz Bass zelf. Conclusie: de beste vintage Jazz Bass, maar wťl heel veel geld voor alleen maar dat.

Tenslotte:
Na zo'n vier uurtjes knorplukkuchkwaak in drie prijsklassen is de algemene indruk dat in iedere prijsklasse door de bank genomen de geleverde kwaliteit eigenlijk wel in orde is. Er zitten geen echt slechte bassen tussen en iedere bas heeft wel wat eigens. Vooral de afwerking (niet de afstelling) van de produktiemodellen uit AziŽ krijgen daarvoor een compliment. Het is niet meer zoals vroeger dat ze nog moesten 'groeien in de koffer'. Maar ook moet vastgesteld worden, hoe duurder des te beter en dat zal een geruststelling zijn voor de edelbassenbouwers. Vooral de stabiliteit van de halzen en de hals-body constructie is bij de duurdere bassen beter en meer vertrouwenwekkend. Hoewel het geen wedstrijd was, ontkom je op zo'n avond toch niet aan het uitspreken van een voorkeur, hoe persoonlijk en gekleurd ook. Aangezien het gezelschap nogal eensluidend was in zijn oordeel kan het hier toch wel afgedrukt worden. In de budgetklasse ging de voorkeur uit naar de Vintage EJM-96 vanwege de prijs/kwaliteit verhouding. De Fender Standard werd tweede. Niet omdat hij minder is, zeker niet, maar gewoon omdat hij veel duurder is. Bij de middenklassers ging de voorkeur unaniem uit naar de Fender American Jazz Bass vanwege de prijs/kwaliteitverhouding. In de topklasse werd de Celinder als het meest vintage ervaren. Voor een meer veelzijdige bas in deze klasse ging de voorkeur uit naar de Van De End en Mike Lull. Daarbij moet aangetekend worden dat er dan niet op de prijs gelet werd. Als de portemonnaie wel in acht genomen werd, was de keuze vaak op de Fender American uit de middenklasse gevallen. Men was het erover eens dat Fender de laatste tijd weer absoluut goed bezig is. Dat wordt misschien veroorzaakt door het feit dat Fender in Amerika zijn produktieproces heeft veranderd. De aparte afdeling kwaliteitscontrole is vervangen door een punten- en bonussysteem. Alle salarissen zijn verlaagd en iedere werknemer geeft nu punten aan de kwaliteit van het werk dat door zijn voorganger in het produktieproces is verricht. Die kan daarmee een bonus op zijn salaris verdienen. Je kunt zo je gedachten hebben over deze 'all American way of business' maar blijkbaar werkt het wel.