Marcus Miller

Marcus Miller Silver Rain

Marcus Miller behoeft nauwelijks introductie. Als bassist, producer en componist draait hij al meer dan vijfentwintig jaar mee in de top van de zwarte Amerikaanse jazz, funk en R&B. Bovendien is hij na het verschijnen van het album ‘Tales’ in 1995 zo ongeveer de meest gekopieerde bassist als het gaat om sound en techniek. In 2001 ontving hij een Grammy Award voor zijn album M2. Kortom een icoon voor de hedendaagse bassist. Marcus was enkele dagen in Nederland om ter promotie van zijn nieuwe album ‘Silver Rain’ een drietal concerten te verzorgen in Utrecht, Groningen en Amsterdam. Het had enige voeten in aarde, maar we konden hem voorafgaand aan zijn optreden in Tivoli Utrecht even spreken.

‘Het is vier jaar geleden dat je laatste studio album M2 uitkwam. Is er bij Silver Rain sprake van een nieuw concept of een nieuwe benadering?’

MM: ‘Je kunt bij Silver Rain merken dat ik voortdurend onderweg was en onder de mensen. Mensen die mijn muziek waarderen. Als ik nu naar M2 luister, dan hoor ik mezelf in de studio, waar ik praktisch leefde en dat is cool, maar bij Silver Rain kun je horen dat ik ‘naar buiten’ was. Er staan nummers op die helemaal ontstaan zijn tijdens soundchecks of het resultaat zijn van experimenten op het podium. Hoewel het album natuurlijk in de studio is opgenomen is het echt een product van de band, geïnspireerd door live-situaties.’

‘Net als bij Tales en M2, heb je er weer voor gekozen om, naast eigen materiaal, bewerkingen van stukken van anderen op te nemen. Was er een specifieke reden om weer voor dat concept te kiezen?’

MM: ‘Wel weet je, tijdens het touren probeer je gewoon eens wat dingen uit en kijkt hoe het publiek erop reageert. Wanneer ze enthousiast zijn onthoud je dat en dan integreer je die songs in je repertoire en zo ontstaat dat eigenlijk op een heel natuurlijke manier. Maar ik hou er ook van om covers te spelen, want mensen kennen de originele versie en horen dan wat ik met het nummer doe. Door te horen wat ik doe met materiaal dat ze al kennen leren ze mij beter kennen.’

‘Was er een speciale reden om voor bepaalde songs te kiezen of zijn het ‘all time favourites?’

MM: ‘Het zijn echt ‘all time favourites’. Nummers die al zó lang bij me zijn en een onderdeel zijn van mijn muzikale geschiedenis. Nummers als ‘Frankenstein’ of ‘Boogie on Reggae Woman’ hebben fantastische baslijnen. Die blijven je altijd bij. Het Hendrix nummer ‘Power of Soul’ bijvoorbeeld. Iemand gaf me een paar jaar geleden zijn album ‘Band of Gipsy’s’ en dat vind ik geweldig. Ik luister er altijd naar in mijn auto. Ik heb gekozen voor ‘Power of Soul’ maar zou best een heel album met Hendrix bewerkingen willen maken.’

‘Tegenwoordig is er in een studio zoveel technologie beschikbaar dat je soms merkt dat die het als het ware overneemt van het creatieve proces. Hoe houdt jij dat in balans?’

MM: ‘Eén manier is in ieder geval dat we opnemen als een live-band. En daarna kan ik natuurlijk technologie inzetten om te doen wat ik ook maar wil. Maar in essentie is het toch gewoon een live performance. Op die manier kan de technologie maar tot op zekere hoogte ingrijpen in het hart van de muziek. Ik ben als producer goed op de hoogte van de technische mogelijkheden en verlies daardoor de controle niet. Dat heb ik zelf in de hand. Hoewel, [lachend] er zijn wel een paar platen waarvan ik nu denk dat ik misschien een stapje te ver ben gegaan.’

‘Geldt dat ook voor bijvoorbeeld de keuze tussen een drummachine of een live drummer? Veel bassisten zeggen dat het essentieel is om elkaar te inspireren.’

MM: ‘Ja precies. Hoewel, ik speel al mijn hele leven met drummachines. Die deden hun intrede in 1979 en ik was een studiobassist, dus ik speel al meer dan vijfentwintig jaar met die dingen. Het is gewoon een andere manier van spelen en een onderdeel geworden van wie ik ben. Luister naar R&B en dan weet je dat het gewoon een onderdeel is van die muziek, niet beter of slechter, maar het is wat het is. Op Silver Rain bijvoorbeeld hoor je in de eerste twee nummers drummachines, maar daarna neemt Poogie (Bell red.) het over en wordt het live. Ik hou erg van de sound van machines, maar ze kunnen niet groeien in een song. En veel van mijn muziek gaat juist over groei. Daarom kies ik uiteindelijk toch voor een live drummer.’

‘Je bent nu al vele jaren een van de iconen op basgebied. Je techniek en geluid worden veelvuldig gekopieerd en inspireren bassisten over de hele wereld. Hoe is dat voor jou? Welke bassisten of andere muzikanten inspireren jou, of vind je inspiratie vooral buiten de muziek?’

MM: ‘Wel, je komt op een zeker punt in je leven en carrière waarop je meer gaat kijken naar andere dingen, buiten de muziek. Dat kan vriendschap, je gezin, relatie zijn, maar ook allerlei dingen die er in je leven gebeuren. Op het moment dat je die inspiratie in je muziek kan stoppen heb je een ander niveau bereikt. Dan gaat het niet meer zozeer om basspelen, maar om het overbrengen van een gevoel of stemming. Dan is muziek niet alleen maar muziek, maar een voertuig om op het leven te reflecteren. Dat is een valkuil waar veel muzikanten in lopen. Die zijn alleen maar met hun instrument bezig. En ik aarzel altijd om dit tegen jonge muzikanten te zeggen, want in het begin moet je veel tijd met je instrument doorbrengen, maar op een gegeven moment wordt je instrument je stem, waarmee je dingen kunt zeggen. En dan moet je natuurlijk wel iets te vertellen hebben, anders ben je alleen maar goed op je instrument. Veel mensen zijn niet in staat die sprong te maken.’

‘Heeft het te maken met muzikale volwassenheid?’

MM: ‘Het is wel een onderdeel van opgroeien, maar niet alleen maar. Wanneer je bijvoorbeeld naar de vroege albums van Stevie Wonder luistert hoor je muziek die vol van het leven is, terwijl Stevie op dat moment nog heel jong was. Het gaat dus ook om talent en dat is niet iedereen gegeven. Mijn favoriete artiesten hebben allemaal wat te vertellen over het leven. Luister maar naar Stevie of Miles of Mos Def een jonge rapper uit Brooklyn.’

‘Als je zoals jij de afgelopen vier jaar bijna constant onderweg bent geweest en veel tijd kwijt bent met ‘wachten’, hoe maak je die tijd in creatieve zin nog productief?’

MM: ‘Oh man, ik beleef elke minuut. Ik heb een G-4 laptop, een keyboard, samples en als ik niet naar de soundcheck moet, dan luister ik naar muziek, of ik probeer wat te schrijven. Verder moet je gezond blijven, dus ik train veel. Je kunt touren overleven als je in staat bent ‘in je hoofd te leven’. Wanneer je niet voortdurend externe stimulans nodig hebt om het interessant te houden. Ik kan erg goed ‘in mijn hoofd leven.’

‘Wat is je favoriete track op Silver Rain?’

MM: ‘Ik hou van de bonustrack ‘The Lord’s Prayer’. Dat is ter nagedachtenis aan mijn moeder. Voor wat betreft mijn basspel ben ik erg blij met de cd. De technicus en ik hadden nogal wat meningsverschillen over hoe hard de bas in de productie moest klinken. Ik wilde dat het zou klinken zoals ik het op het podium hoor. Ik vind: ‘Frankenstein’, ‘Silver Rain’ en ‘Bruce Lee’ erg geslaagd. Omdat ik in vier jaar geen studioalbum meer had uitgebracht, was dat eerste nummer een belangrijk statement. Zodat de mensen bij de eerste noot wisten: Hij is terug van weggeweest. Het is dan de kunst om iets heel herkenbaars neer te zetten zonder dat je vervalt in ‘the same old thing’. Je moet dus op zoek naar een andere manier om jezelf te zijn.’

‘De basgitaar als solo-instrument is altijd een beetje ingewikkeld. Wat beschouw je als het meest kritische punt voor een solobas cd?’

MM: ‘Twee dingen. Op de eerste plaats gevoel voor melodie en het vermogen om te improviseren. De frasering is erg belangrijk. Normaal gesproken zijn wij gewend om op de tel te spelen. Maar wanneer je soleert, moet je er helemaal omheen kunnen spelen. Dat is emotie. Ook moet je zorgen voor samenhang in plaats van alleen losse fragmenten te spelen. Dat kun je leren door veel te luisteren naar muzikanten of zangers die daar goed in zijn. Het andere punt is het arrangement. Je kunt geen willekeurig arrangement nemen en daar dan de bas bovenop zetten alsof het een saxofoon is, want de bas is er nooit bovenop. Die zit altijd ergens in het midden van het frequentiespectrum. Dus je moet in je arrangement ruimte maken voor de bas. De bas kan er nooit bovenop klimmen zoals een zanger of ander instrument.’

‘Als je schrijft, doe je dat vanuit akkoorden of vanuit een melodie?’

MM: ‘Ik schrijf vanuit om het even wat het eerst in me opkomt. Dat kan een beat, baslijn of wat akkoorden zijn. Als het idee er is en het is interessant genoeg, dan werk ik van daaruit verder. Het ligt er helemaal aan wat je wilt bereiken. Het is nu eenmaal niet erg handig om een ballade vanuit een beat te schrijven of een funksong vanuit de melodie. Je moet van alle markten thuis zijn.’

‘Live spelen is onontbeerlijk in de ontwikkeling van een muzikant. Het lijkt erop dat vergeleken met de tijd waarin jij opgroeide het voor jonge muzikanten nu veel moeilijker is geworden. Hoe zie je dat?”

MM: ‘Dat klopt, het is heel moeilijk voor jonge mensen om een podium te vinden, terwijl ik elke avond kon spelen. Jazz, salsa, Afrikaanse muziek het was er allemaal en ik deed het allemaal. Daar leerde ik heel veel, terwijl ik me er niet van bewust was. Later, in situaties waarin je het nodig hebt, merk je dat je al dat idioom en die techniek toch beschikbaar hebt. Als jonge muzikant moet je daarvan bewust zijn en alle kansen grijpen: don’t worry about the money get out there and play.’

‘Als je live speelt, wat is voor jou belangrijker timing of de goede noot?’

MM: [lachend] ‘Oh nee, je kunt niet kiezen. Die keuze is ons niet gegeven. Het moet allebei goed zijn. Maar als ik moet kiezen zou ik zeggen dat in een solo de noot op de goede plaats het belangrijkst is en een iets mindere noot acceptabel. Maar als je een melodische baslijn speelt dan is een foute noot dodelijk. In het algemeen vind ik timing belangrijker, maar ik zou niet graag kiezen. Je kunt ook niet kiezen tussen solo spelen of een groove. Je moet het allebei leren. Vooral als je jong bent. Je moet iets kunnen neerleggen en erbij blijven totdat je aangewezen wordt en dan ga je loos. Waarom zou je jezelf beperken? Soms kom je even aan een plafond. Wat je dan kunt doen is je instrument een poosje wegleggen en even verder gaan met je leven. Ik bedoel niet een jaar, maar een paar weken of zo. Ook kun je eens met andere mensen gaan spelen. En verder moet je natuurlijk altijd je oren open houden, want misschien kom je iemand tegen die je inspireert, waardoor de luiken van de ramen gaan en je op je volgende niveau komt.

‘Je hebt een hele herkenbare en eigen sound. Hoe heb je die gevonden? Was dat ‘trial and error’?’

MM: ‘Dat was iets waar ik naar op zoek was en op een gegeven moment viel het op zijn plaats. Wat me erg geholpen heeft was de benadering van drummer Omar Hakim. We waren allebei een jaar of zestien en zaten op dezelfde middelbare school. Ik vroeg hem naar wie hij op dat moment luisterde en hij zei: ik luister naar niemand meer, ik wil als mezelf klinken. Dat was voor mij op dat moment onbegrijpelijk, want ik wilde gewoon als Stanley Clarke klinken. Toen ik mijn eerste sessies deed met Miles wilde ik niet langer zoals alle anderen klinken, dus ging ik op zoek. En dat is moeilijk, want je hebt je idolen en die moet je loslaten. Mijn sound heeft zich langzaam uitgekristalliseerd en ontwikkeld door in allerlei verschillende situaties dat te spelen wat goed is voor de muziek.

‘Terwijl hij op zijn lauweren had kunnen rusten plaatste Miles Davis zichzelf telkens in een vreemde muzikale omgeving om te blijven vernieuwen. Jij was in de jaren ’80 bij een van gelegenheden van de partij. Hoe vernieuw jij jezelf en wat kunnen we in de toekomst verwachten?

MM: ‘Ik experimenteer momenteel met opera. Ik werk al een poosje samen met de tenor Kenn Hicks. Ik heb hem gevraagd om mij al zijn favoriete tenor aria’s uit de bekende opera’s te sturen. Die ga ik voor hem opnieuw arrangeren. Dat vereist een hele andere benadering. In jazz is het ritme dominant, in klassieke muziek de melodie. Dat houdt me heel erg bezig want ook ik voel de behoefte nieuwe terreinen te verkennen. Verder schrijf ik filmmuziek. Daar moet de muziek dienstbaar zijn aan het creëren of versterken van de sfeer die de beelden oproepen. Soms moet de muziek niet eens opgemerkt worden door de kijker. Ook dat is een totaal andere manier van met muziek bezig zijn, waar ik veel van leer.’

Marcus Miller