Dean Peer

Hij was toevallig in Europa en dus gemakkelijk over te halen een paar dagen naar Nederland te komen om zijn laatste CD 'Think! it's all good' te presenteren. In de burelen van Turtle Records gaf hij een toelichting op de totstandkoming van de CD en een klein concert voor intimi. We hebben het over de Amerikaanse solobassist Dean Peer.

Na een korstondige kennismaking met de cello en saxofoon, koos Peer op vijftienjarige leeftijd voor de basgitaar. Aanleiding was een concert van Return to Forever waarbij Dean zwaar onder de indruk raakte van het spel van Stanley Clarke. Hij speelde een tijdje in allerlei highschool bandjes van vrienden, maar raakte na een overdosis Chuck Berry en Radar Love gefrustreerd door de beperkte rol van de basgitaar in een band: korte frasen en melodielijnen en de nadruk op de groove. Bovendien vond hij het jammer dat je als bassist niet met je bas, zoals gitaristen, eens lekker in je eentje een liedje kon neerzetten. Je had altijd een bandje of andere muzikanten nodig: 'I just wanted to sit on the back porch on my own, and play like James Taylor'.

Die hang om iets in je eentje te kunnen doen had misschien te maken met de omstandigheid dat Dean nogal geisoleerd leefde. Allereerst in geografische zin: Vermont en Colorado zijn nou niet precies de bruisende middelpunten van de bewoonde wereld. Daar gebeurt dus niets. Voorts werd Dean op jonge leeftijd geplaagd door dyslexie. Doorleren zat er dus niet in. De enige manier om op een college toegelaten te worden was via een music scholarship. Hij moest zich dus suf studeren en dat is nu eenmaal ook niet de meest sociale aktiviteit die je je kunt voorstellen. In deze periode raakte Dean geinteresseerd in 'harmonics', oftewel flageoletten en begon hij een geheel eigen wijze van basspelen te ontwikkelen, waarbij de bas tot een volwaardig en 'stand alone' instrument werd. In de twintig jaar die volgden werkte Peer aan de vervolmaking van deze techniek. Hoewel hij zijn benadering het liefst vergelijkt met het pianospel, noemt hij gitaristen als inspiratiebronnen. Hij wilde op de bas kunnen spelen als Leo Kottke en Joe Pass op hun gitaar. Zijn grootste voorbeeld is evenwel John McLaughlin, waarmee hij ooit nog eens hoopt te kunnen samenspelen.

Dean's zeer persoonlijke stijl kenmerkt zich door het spelen van open noten, mutes, akkoorden en flageoletten in verschillende stemmingen. Met zijn rechterhand tokkelt hij met duim, wijs- en middelvinger. Op links speelt hij de grondtoon op de twee laagste snaren en de flageoletten op de twee hoogste snaren. Door het gebruik van de wisselende stemmingen is hij op deze wijze in staat met flageoletten hele melodiŽen over meerdere accoorden te spelen. En dat natuurlijk in een razend tempo. Het spreekt voor zich dat zijn wijze van spelen een grote mate van accuratesse vereist. Die heeft hij bereikt door zeer gedisciplineerd te oefenen, soms tot zes uur per dag. Zijn huidige succes schrijft Dean dan ook meer toe aan volharding en doorzettingsvermogen dan aan talent.

Dean speelt standaard viersnarig, omdat hij qua sound zo dicht mogelijk bij het originele instrument wil blijven. Door het gebruik van de verschillende stemmingen en de Factor Kubicki bas, waarbij de E-snaar snel om te stemmen is naar D, heeft hij de lage B-snaar niet nodig. De zessnarige bassen met een hoge C vindt Dean teveel als een gitaar klinken en bovendien niet comfortabel genoeg spelen.

Na zijn studie vestigde Dean zich als basleraar. Zijn streven was zijn techniek te vervolmaken en ook bruikbaar te maken voor andere bassisten. Ook zij moesten plezier kunnen beleven aan het in je eentje spelen. Dit resulteerde in een eigen basmethode: 'Harmonics for the solo & ensemble bassist'. Het boek verscheen in 1988 en werd onlangs opnieuw uitgebracht door Warner Bros. Om het boek te promoten ging hij optreden. Naar aanleiding daarvan werd hij weer gevraagd om cd's op te nemen. In 1992 verscheen zijn eerste solo album 'Ucross', in 1994 gevolgd door 'Travelogue'. Op dit album speelde Peer voor het eerst sinds lange tijd weer met andere muzikanten. Het Nederlandse label Turtle Records deed Peer een voorstel voor een produktie waar hij op inging. Dit resulteerde begin 2000 in het album "Think! it's all good'. Op dit album speelt Dean samen met violist Steve Trishman, harmonicaspeler/mondharpist Howard Levy en tabla speler Ty Burhoe. De muziek is een wonderlijke combinatie van folk, jazz, funk en Indiase muziek. De composities zijn geen songs in de traditionele betekenis van het woord, maar meer impressionistische sfeertekeningen, geluidsschilderijen zo je wilt, die uitstekend in een new age cd rek zouden passen. Muziek en componeren zijn voor Dean dan ook een spirituele aangelegenheid. Hij kan jaren werken aan een compositie en zijn inspiratie vindt hij meestal in mensen en dingen uit zijn omgeving of zijn verleden.

De muziek op 'Think! it's all good' werd niet gerepeteerd. Alle partijen waren compleet uitgeschreven, zodat melodie en vorm vastlagen. In de solo's was er behoorlijke ruimte om te improviseren, om vervolgens 'on cue' terug te komen in de vorm. Ondanks zijn recente succes ziet Peer zichzelf nog steeds meer als basleraar dan als 'performing artist'. In dat kader experimenteert hij momenteel met het lesgeven via internet (http://basslessons.com/peer.html). Het is de bedoeling dat hij via een webcam gaat communiceren met zijn leerlingen. Zijn livewerk bestaat eigenlijk ook niet uit het geven van concerten in traditionele zin. Hij geeft veel clinics en speelt op bijvoorbeeld hifi-shows. Op deze wijze houdt Peer het simpel: hij heeft een techniek ontwikkeld om zichzelf te begeleiden en heeft daarvoor geen bandje nodig. Dat verschaft hem artistiek en qua organisatie een zo groot mogelijke vrijheid. Zoveel virtuositeit en vrijheid heeft natuurlijk ook weer zijn beperkingen. Hoe onder de indruk ik ook was van Dean's techniek en muzikaliteit, tůch zou ik hem nog wel eens een half uurtje Sex Machine van James Brown (extended version) willen horen spelen.

Dean Peer speelt op een Philip Kubicki Ex Factor 4 snarige bas, waarvan de electronica naar zijn wensen is gemodificeerd. Verder maakt hij gebruik van een Neve 1272 voorversterker, die door een bevriende technicus uit een studiomengtafel is geschroefd en geschikt gemaakt voor podium gebruik. Het basgeluid wordt uitversterkt door een klein PA van Renkus Heinz. Naast al dit high end materiaal gebruikt Dean enkele goedkope effectpedalen te weten de Boss vibrato, een chorus van TC Electronics en het whammy pedaal van Digitech. De snaren zijn van de firma GHS te weten Bass Boomers. Leuke tip: in geval van stroeve vingers knijpt Dean even in zijn neus en gebruikt het neusvet om een snellere 'action' te krijgen.

  • www.deanpeer.com