Petra Scheepmaker

Petra Scheepmaker: de bas is het instrument van het onbewuste!

Dat kan bijna geen toeval zijn: in een commentaar in het julinummer wordt Music Maker verketterd als vrouwonvriendelijk blaadje, waarin alleen mannen aan de bak komen en in de eerstvolgende Bas & Zo meteen een bassiste aan het woord. Je gaat het natuurlijk niet geloven, maar het was écht al gepland. Met een heel goed ontvangen cd '10 ways to hate', bijna tweehonderd optredens in Nederland en daarbuiten in de knieeën en net terug als support act voor Soulfly in Duitsland, kun je Dimension Seven geen beginnend bandje meer noemen. Reden genoeg voor een ontmoeting met Petra Scheepmaker, bassiste van de Nu Metal band Dimension Seven, in het dagelijks leven ook nog studente filosofie in Nijmegen.

'Om maar meteen met de deur in huis te vallen, hoe zit dat met die rol van de vrouw in de popmuziek in zijn algemeenheid en op de bas in het bijzonder?'

'Tja, het cliché is natuurlijk dat die rol zich beperkt tot koortjes, maar ik heb zelf het idee dat het nogal meevalt. Het hangt natuurlijk ook erg van het genre af. Als ik vrouwen zie spelen dan is het toch vaak de bas. Kijk naar bands als Coal Chamber of Kill to This. Bassisten staan iets meer op de achtergrond in een band. Die hebben niet zoveel behoefte om op de voorgrond te treden. Over het algemeen is het zo dat wanneer je iets wilt bereiken, je je bek moet opendoen en er voor gaan. Vrouwen zijn wat dat betreft misschien iets rustiger en bescheidener. Maar ook mannelijke bassisten hebben vaak die eigenschap, dus het heeft denk ik niet zoveel met man of vrouw zijn te maken, maar meer met bepaalde karaktereigenschappen. Je hoort of leest wel eens de typering dat als je in een band er iemand maar een beetje bij ziet hangen waarvan je je afvraagt of ie er wel bij hoort, dat het dan wel de bassist zal zijn. Ik denk wel dat dat klopt.'

'Heb je dan het idee dat je je als vrouw meer moet waarmaken of dat je beter bas moet spelen dan de gemiddelde man?'

'In het begin had ik dat wel. Nu houd ik me daar niet meer mee bezig. Het klinkt natuurlijk wel heel aannemelijk, maar volgens mij kijken de meesten daar niet naar. Het maakt natuurlijk uit of je met medemuzikanten spreekt of met gewoon iemand uit het publiek. Over het algemeen heb ik het idee dat mensen niet geneigd zijn om te letten op het basspel. Ik krijg tenminste vaker commentaar op hoe ik eruit zie of beweeg op het podium dan op mijn spel. Misschien is het als vrouw ook wel gemakkelijker omdat ze dan toch iets meer van je pikken.'

'Hoe ben je zo bij de bas terechtgekomen?'

'Oorspronkelijk kom ik uit Almelo. Ik had keyboard en pianoles op de muziekschool en speelde van mijn dertiende tot mijn achttiende toetsen in allerlei muziekschool- en coverbandjes. We speelden veel en hadden zo'n echt breed coverrepertoire. Ik interesseerde me echter steeds meer voor de wat hardere nummers, maar daar zaten geen keyboardpartijen in. Aangezien de basgitaar me al veel vroeger aansprak, ben ik toen bas gaan spelen. Een mooi instrument, lekker laag in de basis, op de achtergrond, maar toch heel belangrijk. Bovendien niet een echt moeilijk instrument. Ik ben het mezelf toen gaan leren. De theoretische basis was al aanwezig. Daar heb ik nog steeds profijt van, zeker bij het schrijven van nummers. Toen ik begon luisterde ik nog veel naar muziek van The Breeders. Minimale muziek van drie vrouwen en een man, waar de bas een heel prominente rol speelde. Dat was wat ik wilde. Nu na vier jaar is dat wel over. Ik ben steeds meer van de hardere muziek gaan houden waarin de bas minder een eigen plek heeft. Ik verhuisde naar Arnhem en Dimension Seven is de eerste band waarin ik bas speel.'

'Je speelt gewoon viersnarig, maar toch bijzonder.'

'Toen ik net bij Dimension Seven zat, speelde ik inderdaad gewoon traditioneel viersnarig EADG. Maar ik wilde meer laag, zonder vijfsnarig te gaan spelen. Bovendien speelde de gitarist in een andere stemming. Daarom speel ik nu met de dikste vier snaren van een vijfsnarige set, de dunste gooi ik weg, in een ADAD stemming. Ik speel met mijn vingers, kan zo heel makkelijk dubbele noten spelen en ook een vette rif unisono met de gitaar meespelen. In dat geval speel ik wel hoger op de hals, maar liever speel ik in de laagste vijf posities. Tijdens coupletten speel ik wel wat vrijer, maar ik probeer het altijd simpel te houden. Liever één noot en die wat harder laten doorklinken. Dat is veel krachtiger dan een drukke baspartij. Ik ga ook altijd voor de song. Die ontstaat meestal uit een drum- of gitaarpartij. Met de bas probeer ik dat dan aan elkaar te breien. En dat duurt soms lang. Over het algemeen schrijven we wel 1 á 2 maanden aan een nummer. Het mooie aan de bas is dat het onbewust zoveel uitmaakt. Hoe minder die opvalt des te beter is het. De bas is het instrument van het onbewuste. Je gaat zo laag dat mensen het vaak niet eens meer horen. Dan kun je mensen bewegen als ze er niet bij nadenken. Je speelt in dienst van de emotie van een nummer. Bassolo's, en eigenlijk alle solo's, vind ik storend, die dragen niet bij aan een nummer, alleen aan het ego van de muzikant. Ik haal mijn kicks meer uit een nummer als No. 1, het eerste nummer op de cd. Mooi rustig intro, dan die stilte waarin iedereen zich afvraagt of er nog iets komt en dan knalt het erin.'

'Wat gaat er verder gebeuren met Dimension Seven?'

'Onze cd is natuurlijk goed ontvangen. Daardoor zijn we bekender geworden en spelen we in grotere zalen. Een voorprogramma zoals dat bij Soulfly komt daar natuurlijk ook uit voort. Naar aanleiding van de cd zijn we niet getekend door een maatschappij. Platenmaatschappijen vinden het allemaal wel erg goed, maar commercieel niet interessant, wat eigenlijk vreemd is, want we spelen gewoon nog steeds erg veel, dus het publiek is er wel. Voor mensen die met muziek bezig zijn zijn we blijkbaar wel de moeite waard en dat is in eerste instantie ook veel belangrijker. De eerste cd hebben we bij elkaar gespaard met optreden en dat is een soort compilatie van wat we deden in de eerste twee-drie jaar. Een volgende cd zal misschien wel weer twee jaar op zich laten wachten, want die moet natuurlijk weer beter worden. We willen proberen daar iets meer lijn in te brengen en er echt een samenhangend album van te maken.'

Petra en de spullen:

'Ik speel op een Ibanez Soundgear SR 1000 en gebruik Warwick snaren in de diktes .135-.105-.085-0.65. Die Warwick snaren hebben standaard een .135 in de vijfsnarige set in plaats van een .130. Bovendien zijn ze aan het eind mooi open gewikkeld waardoor ze op het stemmechaniek als tandwielen in elkaar grijpen. Ik heb een Ampeg SVT 400T, een transistorversterker met een Ampeg 4x10" en 1x15" kast. Omdat ik zo laag speel en dat veel vermogen vreet heb ik wel het idee dat ik eigenlijk iets zwaarders zou moeten hebben. Ik heb verder een regulier Boss distortion pedaal dat altijd aan staat en een Boss basflanger en baschorus die ik gebruik voor de wat meer open passages en solostukjes. Ik drink Bailey's, maar alleen na het optreden en ik rook part-time.'

  • www.dimensionseven.com