Stuart Spector

Stuart Spector. Het verhaal van een baslegende. "A good bassplayer is the centre of the band"

De Frankfurter Messe is een goede gelegenheid om eens te praten met mensen die hun sporen in de instrumentbouw hebben verdiend. Stuart Spector is zo iemand. Stuart Spector groeide op in The Bronx NYC, op zijn twintigste verhuisde hij naar Brooklyn. Zoals veel van zijn Amerikaanse leeftijdsgenoten speelde hij gitaar en bas in zijn bands. Zijn interesse voor het bouwen van instrumenten begon in het midden van de jaren 1970, toen zijn vriend Mike Kropp - een begenadigd banjospeler- hem zijn prachtige Gibson Mastertone banjo liet zien uit de 1930's. Dit exemplaar had een hals met zg. hearts&flowers inlays, maar was niet origineel. Het was een reproductie gemaakt in een week door een andere kennis van school Kix Stewart. Stuart dacht: "Wat hij kan kan ik ook. Als hij een hals kan bouwen, dan kan ik een gitaar of bas bouwen."

"Wat was nu eigenlijk je belangrijkste motief om instrumenten te gaan bouwen?"

"Nou, dat was heel simpel en misschien een beetje naief. Ik speelde bas en gitaar, maar was niet bepaald bemiddeld. Ik dacht dat ik zelf een instrument moest kunnen bouwen van een kwaliteit die ik me bij een bestaand merk niet kon permitteren. Ik kocht wat berken en mahonie bij H.L. Wilde in de East Village, toen een bekende gitaaronderdelen winkel. En ik schafte wat standaard gereedschap aan bij de lokale doehetzelf zaak. Na wat adviezen van een bevriende meubelmaker die me vooral leerde het gereedschap te gebruiken zonder mezelf te verwonden begon ik op mijn slaapkamer mijn eerste gitaar te bouwen. Er waren in die tijd nog geen boeken over instrumentbouw, dus moest ik via de methode van schade en schande mezelf de wijsheid bijbrengen. Het was allemaal erg primitief. Die eerste gitaar werkte ik af met lak uit tien spuitbusjes, dus dan kun je je het resultaat wel ongeveer voorstellen."

"Was je tevreden over dat eerste instrument?"

"Nee, natuurlijk niet, het ding speelde voor geen meter en klopte ook niet helemaal. Maar ik ging wel door. Ik heb vervolgens mijn eerste bas gebouwd. Noodgedwongen een fretless, omdat ik geen idee had waar ik de frets moest positioneren. De elementen maakte ik ook zelf. Het klonk niet geweldig, maar er kwam geluid uit. Na ongeveer drie jaar experimenteren durfde ik voor het eerst met een bas naar buiten te komen. Ik bracht hem naar de muziekwinkel van Bernie Gracin op 48th Street en die dacht dat hij hem wel kon verkopen. Ik kreeg er een paar honderd dollar voor en dat deed me besluiten verder te gaan. Omstreeks 1977 huurde ik samen met een aantal andere mensen die ook in de houtbewerking zaten een ruimte in Brooklyn en vormden we het Brooklyn Woodworkers Cooperative. Ik had negen vierkante meter tot mijn beschikking en met meubelmaker Alan Charney startte ik Spector Guitars. Het werken in dat collectief was erg belangrijk omdat we elkaar vanuit verschillende disciplines inspireerden en we niet wars waren van enig experimenteren. Zo werkte ik in die tijd al met grafiet om de hals te verstevigen. Ik kan me herinneren dat we een achtsnarige bas gemaakt hadden met grafiet in de hals, maar niemand wilde die bas hebben, dus die stond er maar in de hoek. Totdat we op een zekere dag opgeschrikt werden door een enorme knal. Was door de enorme snaarspanning de kop van de hals gebroken en als een pijl uit een boog door de workhop gevlogen. Achteraf was ik natuurlijk heel blij dat niemand dat moordwapen had gekocht."

"Op een zeker moment besloot je je te concentreren op het bouwen van bassen. Hoe is dat zo gekomen?"

"Wel, dat heeft ook weer te maken met die experimenteerdrang. In die tijd onstonden er allerlei nieuwe stromingen binnen de populaire muziek en veel bassisten waren op zoek naar nieuwe instrumenten met een breder gevarieerd geluid, dat verder ging dan de traditionele Fender sound. Bassisten stonden toen veel meer dan gitaristen open voor nieuwe dingen en waren bereid andere instrumenten te proberen. Die houding sloot heel goed aan bij onze filosofie. In feite is zo ook de samenwerking met Ned Steinberger ontstaan. Hij was industrieel ontwerper en werkte in een meubelmakerij. Toen die stopte en wij de houtbewerkingsmachines kochten, kwam Ned bij ons collectief werken om meubels te ontwerpen en bouwen. Hij raakte gefascineerd door de instrumentbouw en bood aan een bas te ontwerpen. Een week later kwam hij aan met het prototype van de NS bas. Die bas werd al snel favoriet bij veel professionele bassisten vanwege zijn veelzijdige geluid en ergonomische vorm en die bas bouwen wij in principe nu nog steeds. Voor Ned was het de eerste stap in de instrumentenbouw die uiteindelijk zou leiden tot zijn beroemde Steinberger koploze bas. Ook andere bekende hedendaagse bassenbouwers komen voort uit dat Brooklyn Woodworkers collectief. Vinnie Fodera was mijn eerste werknemer en de eerste twaalf Ken Smith bassen zijn bij ons gebouwd. Toen ik in 1981 voor heel weinig geld een goede eigen werkplaats kon huren met voldoende ruimte, ben ik weggegaan bij het collectief. Brooklyn was echter een fantastische plek voor een dergelijk bedrijf. Alles wat we nodig hadden, konden we om de hoek krijgen, hardhout, koper, electronica, noem maar op. Dat maakte het makkelijk. Zo had ik een hele goede deal met een fabrikant van biljartkeuen. Hij beschikte altijd over eersteklas hard maple, maar veel stukken waren te kort om een goede keu uit te maken. Die stukken waren vaak wel net lang genoeg voor een bashals. Dus we konden uit zijn 'afval' voor een zacht prijsje de prachtigste stukken maple kiezen, waardoor wij altijd halzen van uitstekende kwaliteit hebben kunnen bouwen."

"In 1985 verkocht je het bedrijf aan Kramer in New Jersey. Waarom gaf je je zelfstandigheid op?"

"De vraag naar Spector bassen was inmiddels behoorlijk toegenomen. Kramer had een goede produktie- en vooral spuitfaciliteit. Bovendien steeg de belangstelling uit het buitenland. We verkochten wel rechtstreeks in Japan en via Amptown in Hamburg in Europa, maar Kramer had een veel beter distributienetwerk waar we gebruik van konden maken. Dus het leek voor beide partijen een logische keus. Ik kreeg een soort adviesfunctie in het bedrijf en het ging eigenlijk vijf jaar heel erg goed totdat Kramer financiŽle problemen kreeg en failliet ging. Doordat de merknaam meeging in het faillissement en ik een concurrentiebeding had van twee jaar, ben ik later in mijn oude werkplaats in Woodstock verder gegaan onder de naam Stuart Spector Design. In 1998 was ik -na vele juridische procedures- en met veel geluk in staat om de oorspronkelijke merknaam weer terug te kopen en maken we in Amerika met vier man personeel weer acht tot tien handgemaakte Spector bassen per maand. Naast die met doorlopende hals hebben we nu ook de oorspronkelijke bolt-on NS bas weer in produktie."

"Daarnaast zijn jullie in het buitenland aktief en worden er ook Spector bassen in AziŽ en Europa gemaakt."

"De kontakten in Europa stammen al uit de Kramer periode, zo rond 1988. Er werd een joint venture opgericht tussen Kramer, Schaller en een Tsjechoslowaakse accordeonfabrikant met de bedoeling om daar -in Tsjechoslowakije- gitaren te gaan bouwen. Ze hebben daar tenslotte een prachtige traditie in de instrumentenbouw. Ik werd erheen gestuurd om te helpen dat op te zetten. Maar ja, dat was in die tijd nog echt pionieren. We vertelden ze bijvoorbeeld dat ze de halzen moesten afplakken voor het spuiten. En er was natuurlijk in het hele land geen afplaktape te krijgen. Dan moesten we naar Duitsland rijden om dat spul te halen. Van die dingen. Nu is dat gelukkig allemaal voorbij en worden er in TsjechiŽ hele goede instrumenten gemaakt. Onze produktie in Korea en China is eigenlijk op dezelfde wijze tot stand gekomen. Daar zijn nu op kleine schaal produktielijnen opgezet, allemaal onder licentie en de eindcontrole vindt onder onze auspiciŽn plaats. Ik ben vooral erg onder de indruk van de kwaliteit van de Chinese instrumenten. Ik heb daar voor de toekomst hoge verwachtingen van."

"Over de toekomst gesproken. De electrische basgitaar bestaat ruim vijftig jaar en jij bent er de helft van de tijd bij betrokken geweest. Hoe zie je de toekomst van dat instrument?"

"Daar ben ik niet ongerust over. Als je kijkt naar ons concept, dan zie je dat we nog steeds in principe dezelfde bas van Ned Steinberger produceren, met als uitgangspunt de ergonomie met die 'curved body' en de EMG elementen voor het grote frequentiebereik. Wat ik altijd heb willen bereiken, een veelzijdige bas die veel bassisten aanspreekt en inzetbaar is in verschillende muzieksoorten heb ik bereikt. Het bewijs daarvoor wordt geleverd door de lijst van bassisten die op Spector spelen. Dus als je een goed concept hebt en goede kwaliteit levert kan dat heel goed meer dan vijfentwintig jaar mee. Dat geldt ook voor de bas in zijn algemeenheid. Je gaat toch ook niet twijfelen of de viool of cello nog wel actueel zijn? 'The bass is here to stay and a good bassplayer will always be the centre of the bandÖ"

  • www.spectorbass.com/