TM Stevens

TM Stevens: "Wij zijn het tapijt waarop de anderen kunnen dansen."

TM Stevens behoort tot de topbassisten van de wereld. Hij is bekend om zijn werk als sessiebassist en soloartiest. Karakteristiek zijn zijn krachtige rockstem, flamboyante verschijning en natuurlijk energieke extatische spel, waarbij de groove de hoofdrol speelt en de melodie niet vergeten wordt. Heavy Metal Funk noemt hij het zelf. Stevens groeide op in The Bronx en Harlem NYC en spaarde daar als elfjarige zijn eerste basje bij elkaar. Zijn muzikale roots liggen bij Jimi Hendrix, Sly Stone, James Brown, Miles Davis, Bootsy Collins en Led Zeppelin en hij speelde later met groten zoals James Brown, Miles Davis, Joe Cocker, Tina Turner, Billy Joel, Whitney Houston en Steve Vai. Naast dit werk als sideman, bracht hij vanaf 1995 een viertal solo cd's uit: Boom, Sticky Wicked, Radio Active en de soundtrack Limousine Drive. Onlangs verscheen Shocka Zooloo, TM's meest recente statement. Ook waagde hij de eerste schreden op het producerspad. Ter ere van Deep Purple arrangeerde en produceerde hij het album 'Tribute to Deep Purple According to New York'. Stevens is elk jaar wel even in Europa, met name in Duitsland heeft hij een vaste schare fans. We troffen hem op de Frankfurter Messe in de Cort stand, waar hij zijn Cort FunkMachine stond te demonstreren. Daar bleek dat TM even makkelijk praat als speelt. Je hoeft nauwelijks iets te vragen. Hij begint gewoon en houdt niet meer op. Zo snel als hij heen en weer raast op de hals van zijn bas wisselt hij van gespreksonderwerp. Geen speld tussen te krijgen.

Over het hoe en waarom van de Funk Machine: "Ik werkte natuurlijk al jaar en dag met Warwick toen ik uitgenodigd werd door Cort om samen met hen mijn eigen Signature bas te ontwikkelen. Natuurlijk moest het gaan om die ene bas waarop ik wel wilde spelen. Allerlei normale zaken zoals bespeelbaarheid etc. speelden vanzelfsprekend een rol, maar ik wilde iets extra's met een effect en dacht toen, als ik op een eiland zou zitten of in de woestijn en ik mocht maar één effect meenemen, welke zou dat zijn? Nou, dat was makkelijk, een autowah natuurlijk. Dus die werd er in gebouwd. De mensen van Cort hebben er toen ook nog een slappreset aan toegevoegd. Daarnaast is er een praktische reden. Het is voor een spelende bassist erg handig om alles in je bas te hebben. Wanneer je bijvoorbeeld in New York in een taxi van de ene naar andere jam holt is het fijn om niet al die losse pedalen en snoeren mee te hoeven nemen en telkens aansluiten. Het is dan binnenkomen, inpluggen, spelen en weer wegwezen. Tenslotte wilde ik iets doen voor jonge bassisten. Dus werd er ook een seriemodel ontworpen, voor veel minder geld, met een bolt-on nek, maar wel een goede kwaliteit. Als je een beginnende bassist behalve een goede bas ook meteen een goed effect aanbiedt, kan dit zijn spel alleen maar verrijken en ik hoop dat ze er door worden geinspireerd. Ik vind dat ze het bij Cort erg goed gedaan hebben. Ik kan een willekeurige FunkMachine uit het rek halen ze zijn allemaal van dezelfde goede kwaliteit en dat is voor mij belangrijk. Anders zou ik er mijn naam niet aan willen verbinden. Ik heb een hekel aan de 'take the money and run' mentaliteit. Dus als je me vraagt: 'Do you love it?' Yes! 'Do you want more?' Yes! Je weet hoe ik ben, als je het me vraagt, wil ik het liefst allerlei toeters en bellen, en het is ook niet moeilijk om als bekende bassist een bas als een Ferrari te laten maken, maar het moet een goede combinatie blijven tussen prijs en kwaliteit. Als niemand zo'n instrument kan kopen is het misschien wel leuk voor je ego, maar dan schiet je je doel voorbij."

"Wat heb je de afgelopen tijd zoal gedaan?"

"Ik ben net terug van een promotietour voor Shocka Zooloo door Japan, Korea en China. De cd kwam daar eind vorig jaar al uit. En het was fantastisch: 'The kids went mad!' Ik wist niet wat ik meemaakte, iedereen zegt funk is dood. Nou volgens mij niet. Wat is hiphop? Juist, funk andersom! Ik speelde met mijn band in Japan en ben toen alleen verder gegaan. Ik speelde overal met lokale muzikanten en dat werkte heel goed. Het publiek was daardoor ook heel betrokken, want het waren hún jongens die daar met mij speelden. Je zou denken funk en rock in Korea en China kunnen ze dat daar wel? Maar dat viel tweehonderd procent mee. Er lopen daar hele goede muzikanten rond. Tijdens de voorbereidingen kwamen dan bijvoorbeeld drummers. Die lieten binnen vijf minuten al hun technische kunstjes zien. Dat zag ik dan even aan en vervolgens was het: 'Ok, fantastisch en laten we nu proberen iets samen te spelen'. Het belangrijkste is dat de bas en drums kloppen. Wij zijn het tapijt waarop de anderen kunnen dansen. Daar leg ik dan ook altijd de nadruk op in mijn clinics: kunnen we samenspelen? In die clinics probeer ik altijd drie onderdelen te stoppen: op de eerste plaats -zoals ik net zei- samenspelen in een band. Vervolgens praat ik over de grote en belangrijke bassisten om te laten zien waar het allemaal vandaan komt. Dus dan heb ik het over de groove van Larry Graham en Bootsy Collins en de melodische benadering van James Jamerson. Veel jonge bassisten weten daar niets van. Dat komt omdat het geluid vroeger zo op de achtergrond was. Je hoorde ze nauwelijks. Tegenwoordig hebben we veel betere spullen en wordt de bas gehoord. Dat lijkt me de ideale combinatie: het spel van vroeger met de techniek van nu. Je hoort het, ik ben helemaal gek van de bas. Voor mij is het de kerk, een religie. Ik wilde eigenlijk helemaal geen bas spelen maar gitaar. Echter, de bas koos mij. Ik ben er voortdurend mee bezig. Ik smelt als chocola als ik zo'n jochie van veertien zie worstelen met die bas. Oh ja, het laatste deel van de clinics gaat over iets dat ook heel erg belangrijk is: de combinatie van zingen en spelen. Eigenlijk moet ik zeggen de combinatie van zingen en bassen, want dat is een heel aparte discipline en veel moeilijker dan bijvoorbeeld gitaar spelen en zingen, omdat de frasering van zang- en baspartijen vaak zo tegengesteld is. Drummer Wil Calhoun heeft me goed geholpen dat onder de knie te krijgen. Hij gaf me altijd een tik op mijn hoofd als ik niet op tijd of te laat was met invallen. Tegenwoordig oefen ik altijd voor de spiegel. Ik ben begonnen met zingen toen ik een opname sessie had met James Brown voor 'Living in America'. Een van de zangers kwam niet opdagen en toen moest ik aan de bak. Protesteren hielp nooit bij James: 'Don't gimme that bullshit man, just sing!' Sindsdien ben ik blijven zingen. Ik heb trouwens nog wel een mooi verhaal over die opnames. Ik had toen net een mooie actieve bas met een kraakhelder gedefinieerd geluid. Komt James naar me toe: 'That's not my sound, gimme some of the old stuff!'. Toen heb ik die opnames op een oude shitty bas gespeeld met dode snaren en James was tevreden. Wat hij niet wist, was dat de producer eigenlijk op zoek was naar een nieuwe, wat modernere sound. Toen heb ik dus later alle partijen overnieuw ingespeeld op die actieve bas. James heeft er nooit iets over gezegd en ik betwijfel of hij het gemerkt heeft. Dat werken met James is trouwens erg belangrijk voor mijn carrière geweest. Via hem kwam ik in contact met de Brecker Brothers en Al Foster en via hem met Miles Davis. Mijn spel beviel hun en dat verbaasde me want 'I don't know shit about jazz'. Miles vroeg me waar ik dat allemaal geleerd had. Ik wist niets anders te zeggen dan: '142th Street, Harlem'.

"Je hebt het zelf al gezegd, de samenwerking met de drummer is essentieel voor een bassist. Hoe komt het volgens jou dat je met sommige drummers wèl en met andere niet kan spelen?"

"Ja, dat is iets ongrijpbaars en het hangt van meerdere dingen af. Een soort van chemie moet er wel zijn. Je moet een goed gevoel en sympatie voor elkaar hebben terwijl je speelt. Dat moet je niet verwarren met de sympatie die je hebt wanneer je bijvoorbeeld met iemand goed een borrel kan drinken. Dat is iets anders. Ik probeer dat wel professioneel te benaderen. Je bent op de eerste plaats in de studio of op het podium om samen muziek te maken, en niet voor de gezelligheid, al speelt sfeer natuurlijk ook een belangrijke rol. Maar het gaat toch om een bepaalde houding. De intentie van de bassist moet zijn: wat kan ik doen om de drums fantastisch te laten zijn en de drummer moet dat omgekeerd ook hebben naar de bas toe. Op de tweede plaats moet je samen als streven hebben de song zo goed mogelijk uit de verf te laten komen. Het gaat niet in de eerste plaats om die bas- of drumpartij maar om het stuk. Verder, maar dat geldt niet speciaal voor bas en drums alleen, je moet naar elkaar luisteren terwijl je speelt en er natuurlijk plezier in hebben. Ik heb het geluk dat ik altijd met hele goede drummers speel. Mijn favorieten zijn Wil Calhoun, Terry Bozzio, Dennis Chambers en Steve Jordan. Maar zelfs met hele goede drummers kunnen je rare dingen overkomen. Ik zat eens in een studio in New York voor een sessie met Steve Gadd. Ik had nog nooit met hem gespeeld en verheugde me daar erg op. Tijdens de opnames had ik echter geen lekker gevoel. Ik had de indruk dat hij sleepte, vertraagde en dat het nergens naar klonk. Toen we gingen terugluisteren bleek het echter fantastisch te klinken en ik vertelde Steve wat me was overkomen. Hij heeft me toen iets belangrijks geleerd over timing. Je kunt voor de tel uit spelen, op de tel spelen en achter de tel aan spelen en toch op tijd zijn. Zoiets als voorover leunen, rechtop staan en achterover leunen. Je voeten staan in alle drie de gevallen op dezelfde plaats, maar het evenwicht is anders. Wat Steve gedaan had, was achterover leunen oftewel 'hangen'. Hij raadde me aan dat te oefenen en pas wanneer ik dat beheerste weer precies op tijd te spelen. Dat heeft mij geholpen en ik ben er van overtuigd dat wanneer je die technieken als bassist beheerst, je in principe met elke drummer kunt spelen. Zo zie je dat er altijd wat te leren valt. Een goede oefening voor bassisten vind ik zelf bijvoorbeeld dat je maar één noot mag spelen, bijvoorbeeld een C. Je mag hem overal spelen, dus op elke snaar en in elke positie, maar je moet je beperken tot de C, dus je wordt gedwongen creatief te zijn. Wat ga je doen om een kwartiertje vol te krijgen zonder in herhaling te vallen of saai te worden? Ritmisch variëren? Octaven spelen? Bedenk het maar."

"Wat was je uitgangspunt voor Shocka Zooloo?"

"Nou eigenlijk is het natuurlijk gewoon een voortzetting van mijn eerdere albums, maar ik vind zelf deze plaat een stapje verder gaan. De stukken zijn soms wat experimenteler en er zijn invloeden van wereldmuziek. Ik heb geprobeerd alles weer heel integer op de ouderwetse manier te doen. Tegenwoordig kan iedereen een cd maken op zijn computer. Dat doe ik niet. Ik neem gewoon alles op, zoals vroeger. We spelen de stukken met de hele band. Is het niet goed, doen we het opnieuw, totdat we tevreden zijn en het goed is. Ook daar leer je van en je groeit als band. Miles wist dat altijd heel mooi te zeggen: iedere fout is de poort naar een nieuw niveau…"

Copyright Willem Huetink

  • www.tmstevens.com