Pieter Douma & René Creemers

De ritmetandem: A Continuing Story...

Iedere bassist zal het beamen. Wanneer het niet klikt met de drummer, speel je zelf als een krant. Iedere drummer zal het bevestigen. Wanneer het niet klikt met de bassist, wordt het een avond in je eentje sleuren. Een goed op elkaar ingespeelde bassist en drummer zijn een genot voor alle betrokkenen. Zowel op het podium als in de zaal of op cd natuurlijk. Oftewel, het begint allemaal bij de basis. Zoals TM Stevens ooit zei: "Wij zijn het tapijt waarop de anderen kunnen dansen." Met wij bedoelde hij natuurlijk de ritmesectie oftewel in de volksmond de ritmetandem. Wat is dat dan, een ritmetandem? In ieder geval op zijn minst een bassist en een drummer die goed samen kunnen spelen. Wanneer je echter een willekeurige bassist of drummer vraagt waarom je met de één wel kunt spelen en met de ander niet of veel minder, blijft het even stil. Vervolgens komt men vaak niet verder dan algemeenheden in de zin van: 'het klikt gewoon tussen ons' of platitudes als 'mijn installatie past ook in zijn busje' en 'hij vindt mijn zus wel leuk'. Blijkbaar is het moeilijk de ingrediënten te noemen die een bassist en drummer tot ritmetandem maken. In deze aflevering van 'de ritmetandem', Pieter Douma en René Creemers die in de jaren tachtig aan hun samenwerking begonnen bij Blowbeat. Nadat ze begin jaren negentig de band hadden verlaten, bleek die samenwerking een terugkerend geheel. Zo namen ze in 1997 samen de cd PARaDOX op en onlangs begeleidden ze ex-Zappa gitarist Mike Keneally en Jan Akkerman tijdens een jam in Nijmegen.

René: "Ik kwam in 1982 uit de Nijmeegse new-wave band Gajus bij Blowbeat terecht. Dat was samen met Ton Engels en Cor Mutsers. Een aantal jaren later in de periode van mijn eindexamen aan het conservatorium in Arnhem leerde ik Pieter kennen en zo kwam hij toen ook bij de band spelen. Dat was zo'n beetje rond 1986. We hebben met Blowbeat heel veel gespeeld, met name in Duitsland. Ik ben in 1991 uit de band gestapt, ik was kapot gespeeld en had inmiddels ook een drukke baan als docent aan het conservatorium."
Pieter: "Ik kom oorspronkelijk uit Roermond en speelde daar in allerlei bandjes basgitaar. Ik ging de Tehatex opleiding volgen in Nijmegen, maar vond dat ik op beeldend gebied niet genoeg talent had om boven de zeven uit te komen. Ook bleef de muziek aan mij trekken. Toen heb ik de keuze gemaakt om van opleiding te wisselen en belandde op het Arnhems conservatorium. Maar ja, ik zat voornamelijk in de jazzmuziek en omdat ik zelf geen popmuziek schreef was Blowbeat voor mij zo'n interessante band. Totaal anders, waar ik helemaal mijn ei in kwijt kon. Nadat René weg was ben ik nog tot 1993 bij de band gebleven. We hebben zelfs nog twee optredens met Dr. John gedaan. Die was hevig geïnteresseerd in de band en wilde wel met ons gaan opnemen. Dat is er helaas allemaal niet meer van gekomen."
René: "Blowbeat was echt een band waar alle vier de leden iets van wilden maken. De motivatie was heel hoog. In Nederland hadden we veel waardering van een kleine groep mensen. Uiteindelijk hebben we meer succes gehad en gespeeld in Duitsland. Daar zijn we nu na vijftien jaar in die scene nog steeds een cultband. Na Blowbeat bleven Pieter en ik elkaar tegenkomen tijdens clinics of bij bands als Blue Lou and the Headhunters of zoals onlangs bij Mike Keneally."

"Waaraan voldoet naar jullie mening een goede ritmetandem?"

René: "Op de eerste plaats moet het technisch kloppen. Dus er moet een goede timing zijn. Speel je naar voren of naar achteren of er precies op. Verder moeten er de goede noten worden gespeeld. En speel je één noot of speel je er veel. Dus het is een combinatie van vakmatige en muzikaal intuïtieve aspecten. Met Pieter is het zo dat ik hem snap. Ik weet wat hij van plan is. Vaak doen we dingen een beetje 'ins Blaue hinein' en dat komt dan goed omdat zijn signalen duidelijk zijn."
Pieter: "Als iets kan werken dan moet duidelijk zijn wat de 'inner clock' is. Tempo is heel belangrijk. Als een drummer langzamer gaat spelen dan laat ik hem los en ga met iemand anders in de band spelen. Bij René is het tempo genadeloos. Het heeft ook met je opvatting te maken: ga je recht spelen of shuffle. De traditie in de popmuziek is toch om recht te spelen. René heeft daar geschiedenis in. Ik kom uit die andere hoek. Je kunt als bassist en drummer wel goed samen recht spelen, maar ga nooit samen shuffelen, dat is dodelijk. Het moet op een organische manier bij elkaar komen: recht en rond."
René: "Die 'in between timing' of feel moet natuurlijk komen. Je moet toch gewoon denken in achtsten en die als het ware uit het lood zetten in plaats van in triolen te gaan denken. Dat hebben wij altijd geprobeerd te doen en dat was spannend."
Pieter: "Een band als de Meters die kunnen dat van nature, wij in onze cultuur hebben daar veel meer moeite mee."

"Over samenwerking gesproken: de titel van jullie cd PARaDOX veronderstelt eerder een tegenstelling. Hoe komt die in de muziek tot uitdrukking?"

René: "Pieter is meer een avonturier. Hij speelt op intuïtie. Hij is op zijn best wanneer hij niet alles weet. Ik ben héél geordend. Ik wil altijd goed voorbereid zijn en als het ware de routekaart voor me hebben.
Pieter: Ja, maar door de jaren heen heb ik toch geleerd dat ik beter kan functioneren als ik goed voorbereid ben. Wanneer ik bijvoorbeeld de cd terugluister, dan vind ik dat ik het beter had moeten uitdiepen."
René: "Grappig, want als ik naar mijn eigen ontwikkeling kijk dan vind ik juist weer dat ik losser ben geworden."
Pieter: "Maar ondanks het feit dat je qua ontwikkeling naar elkaar toegroeit heb ik toch nog altijd het gevoel dat het heel spannend is als we spelen. Misschien komt dat doordat we geen vast samenwerkingsverband hebben zoals Hans Eijkenaar en Michel van Schie. Dat is fantastisch, maar ze zitten toch in een soort van 'format' van hoe ze mensen begeleiden, dat 'rockformat': 'close' en brutaal."
Pieter: "Als ik de muziek helemaal te gek vind, dan vind ik het echt geen probleem om de achtergrond in te gaan."

"Hoe kwamen de stukken voor de cd tot stand?"

René: "Meestal vanuit de melodie. Je hebt een thema, en daar ga je mee aan het werk."
Pieter: "Ja, als je zo samen in de studio bezig bent, ontstaan er leuke dingen. Bijvoorbeeld je hebt een thema over dertien maten waar René dan een kwadratuur overheen speelt. Dat ontstaat gewoon vanuit een 'jam'. De kaders van de popmuziek verlaten we echter nooit. Zo'n band als Radiohead, dat is geweldig. Die zitten gewoon 365 dagen bij elkaar en kennen elkaar door en door. Dié kunnen improviseren! Of Muse, die repeteren zich kapot. Dat kun je horen, daar ontstaat de combinatie van samenhang en durf. Ik hou van muziek, ik ben bassist maar probeer muzikant te zijn: wat heeft het liedje nodig?"
René: "Ik ontdek dat allemaal pas tien jaar later. Ik luister naar één band tegelijk en draai dat dan helemaal grijs om het allemaal te begrijpen en uit te pluizen. Dus achtereenvolgens Focus, Zappa, Police, Weather Report, daar ben ik nu zo'n beetje. Ik probeer al vijftien jaar een melodische drummer te zijn en stel alles in dienst om dat te verbeteren. Om melodie en harmonie in het drummen te krijgen, daar ben ik al druk genoeg mee."

"Er zijn al wat namen gevallen, maar welke mzikanten of combinaties kunnen jullie inspireren?"

René: "Vinnie Colaiuta met een rustige bassist, dus bijvoorbeeld Will Lee in plaats van John Pattituci.Of iemand als Tony Levin bij Peter Gabriel. Dat zijn personen die hebben zich een rol toegeëigend in de muziek. Een goede muzikant heeft ook een sociale kant nodig."
Pieter: "Tja, Sting is is voor mij lang geleden al verkeerd afgeslagen. Ik luister eigenlijk niet meer naar ritmetandems. Maar bijvoorbeeld die ritmesectie van Bonnie Riatt. Die kunnen in de Southernmuziek zó dwingend en goed spelen, dat is geweldig. Zo heeft iedere stijl wel zijn coryfeeën. Dat is niet voorbehouden aan de fusionmuziek. Na mijn 'Sturm und Drangperiode' heb ik een soort sanering doorgevoerd. Ik heb geen idolen meer. Het gaat meer om wie ben ik en wat wil ik. Ik ben ook gewoon weer terug bij de Precisionbas. En dat is een heel lekker gevoel. René en ik zijn als ritmetandem of groovetandem geafficheerd. Maar ja, het enige wat wij hebben verwoord is de combinatie van groove en beat, rond en recht."
René: "Ik heb ook nooit zo gezocht naar de combinatie. Als je het hebt over een tandem, dan is het net of de een niet zonder de ander kan. Als ik vijfentwintig jaar niet met Pieter maar met een ander had gespeeld, was die nu mijn favoriete bassist geweest. Toen we een paar weken terug die jam met Jan Akkerman en Mike Keneally deden hadden we al drie jaar niet samen gespeeld. Maar het was weer als vanouds heel lekker, terwijl we in die tijd toch anders zijn gaan spelen."

"De toekomst, samen of apart?"

Pieter: "We komen elkaar wel weer tegen zoals nu met Keneally. Bovendien werken we allebei als docent op het conservatorium in Arnhem, dus we verliezen elkaar niet zo snel uit het oog. Ik ben nu zelf bezig met het samenstellen van een cd met bassist Charles Nagtzaam. Het wordt geen typische basplaat, om het eigen kunnen te etaleren, maar een plaat met een breed spectrum aan repertoire en songs waarin ruimte is voor improvisatie. Het is de bedoeling om het heel eigentijds te maken, zonder drums maar met danceloops en pedalsteel. Verder ga ik een tour doen met I Compani, een filmmuziekorkest, waarbij we bewerkingen van de filmmuziek van Fellini spelen. We hebben een dubbele ritmetandem: Carel van Rijn speelt contrabas samen met Fred van Duijnhoven op drums en ik speel basgitaar met Martin van Duijnhoven op versterkt slagwerk."
René: "Ik heb mijn werk in Arnhem en op de Rockacademie in Tilburg en moet erg op mijn energiehuishouding letten en wil dingen goed blijven doen. Daarom doe ik momenteel alleen de Drumbassadors erbij. Dat is een duo met drummer Wim de Vries en het loopt erg goed. We doen veel clinic-achtige dingen en waren in mei in de Verenigde Staten waar we onder andere op het Modern Drummer Festival speelden. Vanaf oktober doen we Bach en Beat, een voorstelling samen met Introdans.

Foto:© Karlijne Pietersma