Sytse Broersma & Fokke de Jong (De Nije Kast)

De ritmetandem: A Continuing Story...

Iedere bassist zal het beamen. Wanneer het niet klikt met de drummer, speel je zelf als een krant. Iedere drummer zal het bevestigen. Wanneer het niet klikt met de bassist, wordt het een avond in je eentje sleuren. Een goed op elkaar ingespeelde bassist en drummer zijn een genot voor alle betrokkenen. Zowel op het podium als in de zaal of op cd natuurlijk. Oftewel, het begint allemaal bij de basis. Zoals TM Stevens ooit zei: “Wij zijn het tapijt waarop de anderen kunnen dansen.” Met wij bedoelde hij natuurlijk de ritmesectie oftewel in de volksmond de ritmetandem. Wat is dat dan, een ritmetandem? In ieder geval op zijn minst een bassist en een drummer die goed samen kunnen spelen. Wanneer je echter een willekeurige bassist of drummer vraagt waarom je met de één wel kunt spelen en met de ander niet of veel minder, blijft het even stil. Vervolgens komt men vaak niet verder dan algemeenheden in de zin van: ‘het klikt gewoon tussen ons’ of platitudes als ‘mijn installatie past ook in zijn busje’ en ‘hij vindt mijn zus wel leuk’. Blijkbaar is het moeilijk de ingrediënten te noemen die een bassist en drummer tot ritmetandem maken. In deze aflevering van ‘de ritmetandem’, bassist Sytse Broersma en drummer Fokke de Jong.

Nadat eind 2002 zanger Syb van der Ploeg en drummer Nico Outhuijse het voor gezien hielden bij de Friese band De Kast, besloten de overgebleven leden een doorstart te maken met zanger Jan Tekstra uit de begeleidingsband van Marco Borsato en drummer Fokke de Jong van Normaal. In november 2003 presenteerde ‘De Nije Kast’ hun gelijknamige nieuwe cd en de single ‘Pure Lust’. Goede gelegenheid om eens te spreken met twee heren die een lang verleden met een andere ritmepartner hebben.

“Wat is in vogelvlucht jullie muzikale voorgeschiedenis?

Sytse: “Ik werkte als muziektherapeut en ging in 1987 bij Wish to Escape spelen, de voorloper van De Kast. Dat was een band met engelstalige covers en eigen repertoire. Daarnaast bestond er een tweede band met dezelfde bezetting, Goldrush, waarmee we het stevige Top-100 repertoire deden. Af en toe smokkelden we daar wat eigen werk tussendoor. De omslag kwam toen we ‘Het Visioen’ maakten, een Nederlandstalige bewerking van het Pink Floydnummer ‘Learning to Fly’. Wish to Escape hield op te bestaan, Goldrush heette inmiddels The Cast, maar werd omgedoopt in De Kast omdat we steeds meer Nederlandstalig repertoire gingen spelen. In 1996-1997 kwam de grote doorbraak met de single ‘In Nije Dij’ en het optreden in het Abe Lenstra Stadion. Vanaf daar is het wel zo’n beetje bekend denk ik.”
Fokke: “ Tja, wat deed ik vóór Normaal? Ik speelde jazz en ook in Cat Fever, een country-rockband uit Groningen. Daarmee deden we het voorprogramma bij Normaal. Toen zij een andere drummer nodig hadden, kreeg ik een telefoontje via Michiel Hogeboezem en zo kwam ik bij Normaal terecht. Na veertien jaar spelen werd het allemaal wat minder. De andere bandleden zijn toch zo’n beetje tien jaar ouder dan ik en hebben inmiddels een ander ambitieniveau. Ik ging er wat naast doen bij de Sunset Travellers en werd via een kennis gewezen op een internetadvertentie waarin De Kast om een nieuwe drummer vroeg. Ik had het beeld van die band als een symfonische rockband, maar dat viel erg mee. Tot mijn verbazing werd ik uitgenodigd voor een auditie, want ik ben geen Fries en ik moest eigenlijk in het Fries kunnen zingen. Gelukkig heeft mijn buurman me ‘In Nije Dij’ fonetisch in het Fries leren zingen. Ik zat bij de laatste sollicitanten, maar toen we gingen spelen wist ik dat het goed zat. Inmiddels ben ik verhuisd van Zelhem naar Kollum en zijn er in fankringen de eerste ‘overlopers’ die zich Kasthøkers noemen.”
Sytse(lachend): “Ja, dat klopt. We hadden zo’n tachtig sollicitanten. Daar zat van alles tussen. Van jongetjes van vijftien tot en met afgestudeerde conservatoriumdrummers. We hebben er twintig uitgenodigd. Toen Fokke kwam, haalde hij direct een tom van het drumstel en toen hadden wij al zoiets van: dat zit goed, die kan meer dan drie nummers spelen. Nou ja, je kijkt elkaar aan en het klikte gewoon meteen. Je hebt allebei lange tijd bij bekende bands gespeeld en dan doe je toch een hoop ervaring op. Er zaten hele goede drummers bij die twintig sollicitanten, technisch goed bedoel ik dan, maar het gaat toch vooral om iets anders. Het moet grooven en er moet een bepaalde sympathie en gelijkgestemdheid op het persoonlijk vlak zijn.”

“Jullie spelen nu zo’n driekwart jaar samen, maar komen allebei uit bekende bands. Kenden jullie elkaar dan niet?”

Fokke: “We zijn elkaar wel eens tegengekomen bij grote evenementen zoals Vrienden van de Amstel Live in Ahoy. Uiteraard was er sprake van wederzijds respect, maar echt contact hadden we bij die gelegenheden niet. Voordat ik bij De Kast kwam hadden we nooit eerder met elkaar gespeeld. Zowel De Kast als Normaal waren bands die commercieel heel goed gescoord hebben, maar muzikaal liggen ze ver uit elkaar. Wat ze gemeen hebben is dat ze allebei niet gezien werden als ‘muzikantenbands’ en dat heeft me weleens gestoord. Dat er door het genre waarin je zit een soort ontkenning van je muzikale kwaliteit plaatsvindt. Dat het allemaal niet zo eenvoudig is bleek wel doordat ik vragen kreeg van drummers die dan een Normaal nummer moesten instuderen: hoe doe je dat? Zó simpel was het dus blijkbaar ook weer niet.”

“Was het lastig om na zo’n lange monogame periode met een andere ritmepartner te gaan spelen?”

Sytse: “Nou, dat viel wel mee. Ik had vóór Nico Outhuijse natuurlijk ook al met Dikkie Visser gespeeld. Dat vond ik een hele goede jaren ’70 drummer, met veel breaks en bekkens. Daar hou ik van. Met hem kon ik ook heel goed samenspelen. Hij is nu frontman bij Planet Orange. Daarna kwam Nico, meer een basale drummer. In het begin was dat wennen, maar het klonk heel goed. En nu dan Fokke. Die timed veel luier. Ik vind hem meer zo’n typische Amerikaanse laidback drummer met een doorlopende hihat, waardoor er veel ruimte ontstaat.”
Fokke: “Het zal je dan niet verbazen dat mijn grootste voorbeelden Richie Hayward van Little Feat en Jim Keltner zijn. Die New Orleans groove van Dr. John dat vind ik geweldig. Willem de bassist van Normaal, die ik trouwens ook een zwaar onderschatte bassist vind, speelt superstrak. Dat doorlopen van de hihat in achtsten hoefde ik daar niet te doen, dat deed Willem allemaal. Daardoor had ik daar weer veel ruimte. Sytse is een meer melodieuze bassist, die met enkele doorklinkende noten een tapijtje kan leggen.“

“Waaraan voldoet in jullie oren een goede ritmetandem en hoe verloopt jullie samenwerking?”

Sytse: “Dat is inderdaad moeilijk te omschrijven. Maar je moet elkaar wel aanvoelen. Je merkt het wel meteen aan het publiek. Wanneer de mensen als vanzelf gaan swingen, zonder dat het persé de bedoeling was.”
Fokke: “Ja precies. Wanneer dat gebeurt denk je dat het de zanger is, maar dat is niet zo, het is de ritmetandem!”
Sytse: ”Wanneer we bezig zijn met een nieuw nummer, dan gaan we er wel even voor zitten. Je hebt accoorden, melodie en tekst. Wat doen we met het patroon van basdrum en bas? Gaan we met elkaar mee, of juist ernaast? Maar het moet ook niet al te beredeneerd worden. In principe speel je wat je voelt en als dat swingt kun je dat verfijnen. Je moet bas en drums niet apart horen of ervaren, maar altijd samen.”
Fokke: “We zeggen ook wel eens: dat deden we al een keer, laten we het nu eens anders doen. Dus soms is het wèl bedacht. Dan ga je het anders maken zonder dat het commercieel minder wordt. Voor mij is De Nije Kast muzikaal gezien interessanter dan Normaal, maar de techniek is altijd ondergeschikt aan het totaal en het eindprodukt. Het gaat om het liedje en minder spelen is vaak mooier. Misschien klinkt het vreemd voor een drummer, maar voor mij is bijvoorbeeld de tekst ook heel belangrijk voor wat ik speel.“
Sytse: “Je moet dingen doen wanneer er plaats voor is.”
Fokke: “De gemiddelde mens moet begrijpen of aanvoelen waar het om gaat. Dan is er sprake van een goede ritmetandem.”

“Idolen en hoogtepunten?”

Sytse: “Ik hou meer van melodieuze bassisten zoals Paul McCartney, John Entwhistle, Rogers Waters, Chris Squire en in Nederland Herman Deinum. Die leggen een solide basis waar ruimte is en die doen daar vervolgens op zijn tijd mooie dingen in. Een hoogtepunt voor mij was toen Nico en ik een keer aan het soundchecken waren op een festival waar ook CPR, de band van David Crosby zou optreden. Komt hij tijdens die soundcheck het podium op, plugt in en gaat meespelen. Dat geeft je vleugels.”
Fokke: “Ja, maar je moet toch eens luisteren naar Kenny Gradney van Little Feat. En wat grappig dat je Herman Deinum noemt. Ik was ook helemaal fan van Hans Lafaille. Ik kende Hans wel en ging altijd kijken naar Sweet ‘d Buster. Ik stak altijd mijn duim naar hem op. Toen ik later een keer met de Sunset Travellers speelde stond hij in de zaal en kreeg ik die duim terug. Dat was mijn mooiste compliment.”

“Wat bevalt je het minst in elkaars spel?”

Sytse: “We zijn nog in ontwikkeling.”
Fokke: “Het is allemaal te nieuw voor dat soort uitspraken. We kennen elkaar nog te kort.”
Sytse: “Natuurlijk ben je het soms niet eens en dan kies je het beste gemiddelde zonder het liedje geweld aan te doen. Wat ik al zei: Fokke is luier. Nico speelde meer voorin."
Fokke: “Ik heb moeite met dat vooruit spelen. Ik denk meestal: het kan nòg meer hangen.”
Sytse: “Ja, maar jij bent dwingend. Ik moet dan volgen en denk vaak: schiet toch eens op man!”

“Tenslotte, wat is er afgezien van Jan en Fokke nog meer nieuw aan De Nije Kast en wat gaat de toekomst brengen?”

Sytse: “De muziek is puurder, opener geworden. Door Fokke’s stijl van drummen hoeft onze toetsenist Kees minder synthesizerpartijen in te vullen. Hij kan zich meer bij piano en Hammond houden. Bovendien is Jan behalve een goede zanger ook een goede gitarist. Dus het is ook meer een gitaarband geworden. We gaan er in ieder geval helemaal voor. De nieuwe cd is uit dus nú moet het gebeuren, en anders met de volgende. Het vreemde is dat je blijkbaar niet kunt teren op jarenlang succes. Voor ons is het weer helemaal opnieuw beginnen. En dat gaan we rustig en gedegen doen met Friesland als thuisbasis. We zullen zien of dat lukt. In Nederland ben je nu eenmaal vrij afhankelijk van een hit. Ik doe er helemaal niets naast en ben gestopt met produktiewerk. Ik heb er geen zin meer in en geen tijd voor.“
Fokke: “Voor mij is nieuw, dat ik nu meer bij het hele proces van de band betrokken ben. Ik heb in het verleden ook wel eens wat kleine bandjes geproduceerd, althans muzikale aanwijzingen gegeven in de sfeer van: hou daar eens mee op, doe eens de helft, doe dat niet, maar daar heb ik ook geen tijd meer voor. Ik wil me helemaal op De Nije Kast concentreren.”

Foto:© Karlijne Pietersma Foto:© Karlijne Pietersma