Trace Elliot

Survival of the fittest? Trace Elliot weer helemaal terug

Op de afgelopen Frankfurter Messe deelde de firma Peavey trots mee dat men eigenaar was geworden van Trace Elliot. Het van oorsprong Engelse merk dat jaren geleden door Gibson werd overgenomen en daarna enigszins in het slop geraakt, bewijst daarmee zijn veerkracht en overlevingsdrang.

Pioniers
Trace Elliot schreef geschiedenis op het gebied van de basversterking. De jaren zeventig en tachtig worden vaak beschouwd als het tijdperk waarin de basgitaar emancipeerde. Bassisten als Jaco Pastorius, Larry Graham, Bootsy Collins en Stanley Clarke gaven de bas een meer prominente plaats in de muziek. Trace Elliot droeg op haar beurt bij aan de emancipatie van het basgeluid door apparatuur te ontwikkelen die op de specifieke eigenschappen van het instrument was afgestemd.
Kenmerken van de Trace Elliot apparatuur waren de zeer compleet uitgeruste voorversterkers met grafische equalizer, bi-amp mogelijkheden, compressor/limiter, en preshape tooninstellingen, eindversterkers met veel stabiel vermogen om de lage frequenties goed weer te kunnen geven en veel verschillende luidsprekerconfiguraties. De bassist kon zo zijn installatie op maat samenstellen. Ook het uiterlijk van Trace Elliot is gaandeweg een icoon geworden: de display van de versterkers met de groene opdruk en ultra violette verlichting, de luidsprekerkasten in PA uitvoering met de zware metalen grilles en rode strepen.

Het begon allemaal eind jaren zeventig met een muziekwinkel in Essex, The Soundwave Music Shop genaamd. Opgezet door een zekere Fred Friedlein, wiens familie fortuin had gemaakt in de ivoorhandel. Het bijzondere aan Soundwave was dat het bedrijfje zich als eerste ter wereld specialiseerde in de verkoop van basgitaren en basversterkers. Met alle onvoorziene gevolgen van dien.
De medewerkers hadden niet zo’n hoge dunk van wat er destijds op dat gebied geproduceerd werd –een basversterker was immers op zijn best een gemodificeerde gitaarversterker- en sloegen aan het experimenteren. Op de bovenverdieping van de winkel werden ook PA kasten en eindversterkers gemaakt voor de verhuur. En men besloot die kennis te gebruiken voor het bouwen van speciale basinstallaties. Trace Elliot maakte voor het eerst serieus werk van de eisen die de moderne professionele bassist stelde: een op het instrument afgestelde combinatie van veel onvervormd versterkervermogen, een adequate toonregeling en daarop afgestemde luidsprekersystemen.

F***cking Loud!
De eerste modellen waren kolossaal: reuzencombo’s met onderin een 15” of 18”. Daarboven in een apart compartiment een 12” met exponentiële hoorn, daar weer boven 2x10”, een tweeter en dan nog het versterkerdeel. Een soort mini PA voor de bas. Het klonk geweldig maar was niet te verplaatsen natuurlijk.
Een naam was ook snel gevonden: 'Trace' is de Engelse term voor de weergave van de golfvorm op een oscilloscoop, 'Elliot' was een Australische werknemer van Soundwave die zijn naam voor het symbolische bedrag van één pond en een avondje stappen wel af wilde staan. De eerste Trace Elliot versterkers werden enthousiast ontvangen. Soundwave was een trefpunt van bassisten en de één stak de ander aan. Men adverteerde driftig in bladen als International Musician and Recording World en mede daardoor vond het spul na enige tijd gretig aftrek. Ook duurde het niet lang voordat bekende bassisten de spullen uit de Soundwave Music Shop adopteerden en zo ware ambassadeurs voor Trace Elliot werden. De belangrijkste onder hen is zonder enige twijfel Mark King van Level 42 geweest. Hij speelde lange tijd op een speciaal voor hem ontwikkeld combo met 8x10” luidsprekers. In zijn voetsporen volgden spoedig illustere namen als Doug Wimbish, Pino Palladino, T.M. Stevens, Nathan East, Mike Rutherford, Tony Levin, Mick Karn en vele anderen. Greg Lake van Emerson Lake & Palmer spande de kroon met zijn Trace Elliot basinstallatie van 4000 Watt RMS (9600 Watt piekvermogen!). Ook voor die tijd –we spreken over begin jaren negentig- een monsterlijke installatie. Volgens ingewijden antwoordde de geluidsman van de band op de vraag hoe deze installatie dan wel niet klonk met het eenduidige antwoord: ‘F***ing loud!’.

Expansie
Twee jaar na de introductie werd de verkoop overgeheveld naar een nieuwe winkel, The Bass Center genaamd, en concentreerde het voormalige Soundwave zich voor honderd procent op de productie van Trace Elliot basversterkers. De oorspronkelijke fabriek was gevestigd in het plaatsje Witham. In de zeven jaar dat er geproduceerd werd, kwam het ene gebouw na het andere erbij. Een groot probleem was echter dat de houten onderdelen vijfentwintig mijl verderop gemaakt werden. Tot de verhuizing naar Maldon moest een busje tweemaal per dag heen en weer rijden om het moederbedrijf te bevoorraden. Niet ècht efficiënt. Toch was de omzet van Trace Elliot binnen vijf jaar vertienvoudigd.
Mark Gooday werd bij Trace Elliot binnengehaald als 'production manager' op het moment dat de winkel afgestoten werd en men zich concentreerde op de fabricage van basversterkers. Zelf bassist en afkomstig uit de metaalbewerkingindustrie, werd hij al heel snel directeur omdat eigenaar Fred Friedlein zich steeds minder met de dagelijkse gang van zaken ging bemoeien.
Onder leiding van Gooday zou Trace Elliot haar grootste groei doormaken. Maar omdat de ‘bass-boom’ voor het bedrijf aan het begin van de jaren negentig zo’n beetje voorbij was, ging het bedrijf verder met het ontwikkelen van nieuwe producten. Als eerste waren daar eind jaren tachtig de Trace Acoustic versterkers, kleine compacte combo’s voor de akoestische gitarist. Vanaf 1992 werpt men zich op de elektrische gitaristenmarkt met versterkers en luidsprekerkasten. Het assortiment werd in de loop van dat decennium verder verbreed: volumepedalen, voorversterkers, snaren, keyboardcombo’s, PA componenten, eind 1998 zat het allemaal in het assortiment. Dat de bas niet helemaal vergeten werd bleek in 1995, toen men ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan in samenwerking met Status twee basgitaren op de markt bracht: de T-Bass en T2-Bass. De eerste was een Jazzbass kloon en de tweede combineerde eigenschappen van de Precision en Telecaster bassen.
In een poging een groter marktaandeel in de Verenigde Staten en investeringsfondsen voor de researchafdeling te verwerven werd Trace Elliot eind 1992 verkocht aan de Amerikaanse Kaman Corporation, een van de grootste bedrijven op het gebied van de productie en distributie van muziekinstrumenten in de Verenigde Staten. En zo zagen we dat Trace Elliot terecht kwam in die vreemde onomkeerbare dynamiek van groei en expansie. Het aanbod werd verder verbreed om zo tegelijkertijd steeds verder van de ‘core-business’, de basversterking, verwijderd te raken. Trace Elliot ging een beetje lijken op Amerikaanse bedrijven als Peavey en Carvin die ook een breed assortiment aanboden.
In 1998 was het bedrijf voor korte tijd weer in Britse handen, om vervolgens een jaar later te worden ingelijfd door de Gibson Guitar Corporation. De gewijzigde eigendomsverhoudingen hadden ook personele consequenties: Mark Gooday vertrok met enige onmin en verraste vriend en vijand door zijn eigen bedrijf Ashdown Engineering op te richten. Hij kwam met een reeks producten die onmiskenbaar zijn signatuur droegen en waarmee hij de concurrentiestrijd met Trace Elliot aanging. Daarin was hij succesvol naar het zich liet aanzien, want Trace Elliot zakte verder weg in de markt en was eigenlijk eind 2004 helemaal uit beeld.

Nieuwe impuls
Op de Frankfurter Messe van dit jaar verscheen het merk opeens weer in een bescheiden stand naast die van Peavey. Die kondigde bij monde van Hartley Peavey trots aan dat men de distributierechten voor Trace Elliot in Noord-Amerika had verworven. Voor Trace Elliot een mogelijkheid in de Amerikaanse markt te penetreren en voor Peavey een leuke aanvulling op het assortiment. Hoe de eigendomsverhoudingen precies liggen is niet duidelijk. In officiële publicaties wordt slechts gerept over samenwerking maar in het roddel- en geruchtencircuit doen natuurlijk meer smakelijke verhalen de ronde. Zo zou het copyright op de naam Trace Elliot op een veiling voor 20.000 USD van de hand zijn gegaan aan Cliff Cooper, de eigenaar van Orange Amps, die op zijn beurt weer connecties heeft met Peavey en misschien zelf ook nog wel een appeltje te schillen had met Gibson. Deze nam indertijd –net als in het geval van Trace Elliot- het noodlijdende Orange met veel ambitie over, waarna vervolgens de wederzijdse verwachtingen misschien niet geheel werden waargemaakt. Twee Engelse lotgenoten die samen hun voormalige broodheer de voet dwarszetten? Wie zal het zeggen? Muziek is emotie. Dat men het bij Gibson zover heeft laten komen zou dan weer te maken hebben met onoplettendheid of desinteresse. Maar het blijft natuurlijk allemaal speculatie…
Hoe het ook zij, Trace Elliot is ‘back in business’ en men heeft de draad opgepakt met een tiental grondig gerenoveerde producten die ooit hebben bijgedragen aan de enorme faam van het merk. Vlaggenschip blijft de AH1000-12 versterker, gevolgd door de 1215 en 1210 combo’s. Als instapmodellen heeft men gekozen voor de AH500-7 met de 715 en 715X combo’s. De lijn wordt gecompleteerd door vier luidsprekerkasten: 1048H, 1518, 1028H en 1518c. Typeaanduidingen die de insider ongetwijfeld zal herkennen. Datzelfde zal het geval zijn voor het gerestylde uiterlijk: Het groene logo, de rode gainknop en de backpanel verlichting zijn gebleven en daarmee is Trace Elliot na vijfentwintig jaar terug waar het ooit begon: basversterking.

Logo Trace Elliot