Reggie Worthy

Reggie Worthy, voormalig bassist van Ike & Tina Turner, tegenwoordig woonachtig in Duitsland, was een paar dagen in Nederland om zijn in samenwerking met Sandberg ontwikkelde Tube Machine te demonstreren. Mooie gelegenheid voor een gesprek. Hij groeide op in North Carolina, waar hij vanaf zijn vijfde piccolo en piano leerde spelen. Maar toen hij op zijn elfde James Brown op de radio hoorde was hij verkocht, schafte een imitatie HŲfner beatle basje aan en leerde zichzelf te spelen. Hij verhuisde naar New Jersey, voltooide zijn middelbare school en besloot professioneel muzikant te worden.

Geschiedenis.

"Ik woonde toen een kwartier van New York, maar geloofde dat het allemaal aan de westkust gebeurde. Dus ik besloot daarheen te gaan. Ik herinner me dat ik alles wat ik had in mijn auto laadde, inclusief een grote Marshall kast met achttien inch luidsprekers op het dak en zo reed ik 5000 kilometer door de States, op weg naar LA om het te gaan maken. Daar aangekomen begon ik met jammen om een beetje thuis te raken in de scene. Een drummer hoorde me spelen en vertelde me over een vacature bij Ike & Tina. Ik deed auditie, werd aangenomen en de volgende dag had ik mijn eerste gig met hen en vloog terug naar New York. Rare speling van het lot, maar blijkbaar moest het zo zijn. Ik heb de laatste twee jaar van dat hele circus meegemaakt. Touren door de States, Europa en AustraliŽ. De sfeer was heel gespannen, maar op het podium was het goed. Iedereen weet natuurlijk wel -zeker na die film- hoe het allemaal afgelopen is, maar ik ben nog steeds van mening dat Ike vanwege zijn grote bijdrage aan de muziek meer respect verdient dan hij krijgt. Hij was een vernieuwer, een van de eerste echte rock 'n roll artiesten. Ik heb in die twee jaar veel geleerd en ook de meest rare ontmoetingen gehad. Zo had ik een keer gehoord dat er een nieuw vreemd bandje speelde in de Troubadour club op Santa Monica Boulevard in LA. En inderdaad, een gezelschap dat een rare mix van jazz en rock speelde. Vele jaren later blijken dat Chick Corea en Stanley Clarke te zijn geweest. Of die keer in het vliegtuig van Reno naar LA, op de terugweg na een concert. Zit er een hele energieke jongen naast me, die me vertelde dat hij ook bas speelde en dat hij een speciale nieuwe manier van spelen had, die ik moest horen. Ik moest en zou hem in zijn motel komen opzoeken. Ik dacht toen van ja, ja, daar heb je d'r weer een. Uiteraard heb ik hem toen niet opgezocht. Bleek het later Jaco Pastorius te zijn die vijftien jaar later zo triest aan zijn einde zou komen. Twee vluchtige toevallige ontmoetingen, waar ik op dat moment niets mee deed, maar wel met mensen die me later zouden inspireren in mijn spel."

Na het avontuur met Ike & Tina ging Reggie in allerlei bands uit LA spelen oa. voor Richard Pryor. Door het touren met Ike & Tina had hij inmiddels veel kontakten in Europa en werd hij naar Duitsland gehaald door drummer Kurt Cress met wie hij in de begeleidingsband van Udo Lindenberg zat. Na wat heen en weer gereis, besloot Reggie zich met zijn gezin in Duitsland te vestigen. Hij werkt nu als freelance musicus en is inmiddels met leden van de Jazzkantine een eigen band begonnen, waarin hij naast bas speelt ook zingt. De muziek die hij schrijft is een mix van soul, hiphop, rap en r&b.

Inspiratie.

"Ik luister de laatste tijd veel naar moderne muziek bijvoorbeeld de R&B van D'Angelo en probeer dat in mijn roots te integreren. Veel mensen denken dat als je bij Ike & Tina hebt gespeeld je belangrijkste inspiratie in de Motown ligt, maar dat is niet helemaal waar. Voor mij zijn mensen als Hendrix minstens zo belangrijk geweest. Ook de Britse rockmuziek met bands als Led Zeppelin hebben mij beinvloed en natuurlijk niet te vergeten de fusion met mensen als Tim Bogert van Vanilla Fudge en de funk van Larry Graham's Central Station. Dat is mijn muzikale bagage. Uiteraard vind ik bassisten als Victor Wooten, Marcus Miller en Pino Palladino helemaal geweldig, maar nu ik zelf schrijf en zing luister ik meer naar liedjes. "

Spullen

"Ik ben in kontakt gekomen met Sandberg na mijn verhuizing naar Braunschweig. Ken Taylor -de bassist van Peter Mafai- is een oude vriend en hij speelde al langer op Sandberg. Hij nam me een keer mee naar Holger Stonjek, de man achter Sandberg. En zo is die samenwerking ontstaan. Ik vond die bassen goed klinken en Holger stond erg open voor mijn ideŽen. Uiteindelijk is de Tube Machine het resultaat van die samenwerking. Ik ben er erg trots op en hoop dat anderen het ook een goed instrument vinden. Misschien dat ik in de toekomst nog wel eens iets wil met een envelope filter aan boord, zoals die Cort van TM Stevens. Versterkers heb ik heel veel gehad in allerlei soorten en maten. Momenteel speel ik op Warwick. Nog steeds vind ik de oude SVT van Ampeg helemaal goed. Ik weet nog dat ik die voor het eerst zag en dacht: 'What's that? I gotta have it!"

Werken

"Ik speel veel en oefen nog steeds veel. Normaal zo'n twee uur per dag. Dan doe ik oefeningen voor kracht en uithoudingsvermogen voor de rechterhand, je kent het wel 'the dumm stuff'. Voor links oefen ik veel toonladders. Iets dat ik overigens haat. De beste oefening voor mij is het spelen van klassieke stukken, bij voorbeeld de Caprices van Paganini, want mijn favoriete instrument is de viool. Dat vind ik gewoon het muzikaalste instrument. Verder veel met platen meespelen. Dan ontwikkel je een goed muzikaal gehoor. Zonder dat je nummers kent, weet je waar ze naartoe gaan. Wanneer ik met een projekt bezig ben oefen ik natuurlijk veel meer. Zo ga ik binnenkort bijvoorbeeld een basworkhop doen met Ken Taylor en TM Stevens. Daar ga ik dan echt wel acht uur per dag voor zitten. No shit man!"

Foto:© Karlijne Pietersma