Besluit

Het gemeentebestuur van Arnhem heeft in het laatste kwart van de negentiende en het eerste decennium van de twintigste eeuw een doelbewust streven gehad Arnhem tot een luxe-woonplaats voor welgestelden te maken. De vestiging van welgestelden te Arnhem moest bevorderd worden en de reeds in Arnhem woonachtige 'happy-few' moesten voor de stad behouden blijven. Dit streven en deze politiek zijn niet alleen een doel op zichzelf geweest. Het was voor het gemeentebestuur ook een middel om in haar financiŽle noden te kunnen voorzien. Het beleid van het gemeentebestuur kwam op een aantal terreinen naar voren. Men trachtte het natuurschoon zo goed mogelijk tot nut te maken, de belastingen laag te houden en de stad te voorzien van een culturele status. Die status was ook een belangrijke factor bij de modernisering in Arnhem: de stichting van nutsbedrijven, het uitvoeren van openbare werken en het luxe-karakter van de stadsuitleg.

Wanneer het beeld van Arnhem als luxe-woonplaats voor welgestelden, geconfronteerd wordt met ontwikkelingen in de loop en samenstelling van de bevolking blijkt, dat dit beeld eerder toegeschreven moet worden aan de nadruk die deze groep in het gemeentelijk beleid heeft gekregen, dan aan haar numerieke omvang. De typering van Arnhem als luxe-woonplaats voor welgestelden op basis van hun aandeel in de totale bevolking is dan ook buiten proporties.

Ook kunnen er geen aanwijzingen gevonden worden voor de veronderstelde uittocht van welgestelden na 1885. Hun aantal nam in absolute zin zelfs toe. De veronderstelling is waarschijnlijk ontstaan door de leegstand in de villaparken en de verminderde deelname van de welgestelden aan het sociale en culturele leven in de stad. Oorzaken hiervoor waren de speculatiebouw en de mogelijke inkomensdaling van de welgestelden als gevolg van de suiker- en landbouwcrisis. Deze inkomensdaling kan gepaard zijn gegaan met een veranderde levensstijl van de welgestelden, waardoor zij niet langer een uitgesproken en vooraanstaande rol in de Arnhemse samenleving speelden. Ook in de plaatselijke politiek moesten zij na 1900 geleidelijk aan plaats inruimen en zien we een zekere democratisering optreden.

Er vond nauwelijks nieuwe vestiging van welgestelden plaats. Ondanks alle moeite die het gemeentebestuur zich op dit gebied getroostte, ten koste van veel andere en urgente zaken, heeft men geen kans gezien om nieuwe gefortuneerden naar Arnhem te trekken. Het beleid heeft in die zin geen effecten gehad. De oorzaak daarvan moet gelegen zijn in het feit dat Arnhem, met al haar natuurschoon en voorzieningen toch een stedelijke samenleving was geworden met bijna vijfenzestigduizend inwoners in 1910. Zij kon niet langer concurreren met de idyllische villadorpen in het Gooi of de haar omringende woondorpen als Velp, of Oosterbeek. De rol die Arnhem tussen 1830 en 1870 had gespeeld was rond de eeuwwisseling voorbij en door deze villadorpen overgenomen. De twintigste eeuw was ook voor Arnhem begonnen.