Norm maakt beter, maar ook duurder

Nu de evenementenbranche met een eigen normalisatiecommissie in de weer is, laten Jan Schipper en Kees van Koert van Ampco/Flashlight hun licht schijnen over de mogelijkheden en onmogelijkheden van NEN 1010 bij tijdelijke installaties.

Ampco/Flashlight, vroeger twee bedrijven op het gebied van professioneel licht en geluid. Nu verenigd in één holding waarin samengewerkt wordt aan producties als onder andere Lowlands, Pinkpop, North Sea Jazz. Ampco en Flashlight zijn beide lid van de Presa, de branchevereniging voor licht- en geluidbedrijven.

Coördinatie
Van Koert geeft aan dat de NEN 1010 in principe geen probleem vormt. Die kun je lezen en toepassen. Bij Ampco en Flashlight zijn de normen ‘ingebakken’ in de verhuurmaterialen. Het zijn de wisselende omstandigheden bij de verschillende locaties die voor het spanningsveld zorgen: “Soms moet je door anders te denken de norm en de praktijk met elkaar in overeenstemming brengen. Wanneer de norm zegt dat er een bepaalde kabel niet door open terrein gelegd mag worden, dan zou je kunnen zeggen, dan is dit dus vanaf nu geen open terrein meer. Maar op het veld van een festivalterrein werkt dat niet. Je zoekt dan naar een praktische oplossing, door bijvoorbeeld een gedeelte van het terrein als ‘restricted area’ af te zetten en te bewaken, of de kabels gaan onder de grond, maar soms houdt het op. De normen en eisen gaan heel ver en strekken zich uit over veel deelterreinen. Want met die kabel door open terrein is niet alleen de electrotechnische veiligheid gemoeid, maar je kunt er ook over struikelen. Wanneer wij als bedrijf bezig zijn met een festival, dan moeten wij ons bezig houden met veel verschillende wetten en normen. Dan gaat het ook over veiligheidsschoenen, helmen, oordoppen, klim- en hijsmateriaal. Welk vermogen is er nodig en aanwezig? Zijn er overal wel 30mA aardleks? Past alles wel in normale werkdagen? Is er al een risico-inventarisatie gemaakt? Zijn alle metalen delen geaard? Zijn er vereffeningsleidingen voor de verschillende aardvlakken? Welke zendfrequentie kun je gebruiken? Waar is de EHBO en het dichtsbijzijnde ziekenhuis? Dit zijn we natuurlijk gewend, alleen over het hele terrein, waar niet alle gebieden ons werkterrein zijn raken we soms het beeld kwijt. Het zou daarom heel goed zijn wanneer er vanuit de opdrachtgever per locatie één coördinator is, die het geheel overziet en bewaakt. Dit gebeurt bij de grote festivals steeds meer en werkt goed. Bij kleine evenementen wordt het overgelaten aan de facilitaire bedrijven en aan de bewaking. Die doen allemaal op hun werkterrein op hun manier aan veiligheid voor zover ze het zien. Een coördinator met overzicht die snapt waar het in onze branche om gaat en durft te praten met ‘de controlerende wet’, dat is wat eigenlijk noodzakelijk is bij alle evenementen.

Kosten
Schipper maakt duidelijk dat het verwachtingspatroon van een opdrachtgever in relatie tot het zogenaamde kostenplaatje ook een rol speelt: “Men huurt licht bij je in en verwacht dan als vanzelfsprekend dat je ook de hele energievoorziening voor je rekening neemt. Dat kan natuurlijk niet. Daar zijn we mee gestopt. De opdrachtgever zorgt voor de energie. Deze wordt dan geleverd door professionele leveranciers en wij vertellen wat we nodig hebben. Elke installateur moet zich aan de wet en norm houden. Dat wordt ook écht wel gecontroleerd door brandweer, Arbo en de gemeente met het bouwbesluit in de hand. Er zijn ook opdrachtgevers die onafhankelijke bedrijven inhuren om alles wat een facilitair bedrijf als het onze heeft aangelegd te keuren voordat het evenement van start kan gaan. Ook moet je zorgen voor gekwalificeerd personeel. Wij verzorgen in samenspraak met het ROVC een interne basiskursus voor VBP en VOP (vakbekwaam persoon en voldoende onderricht persoon), zodat het personeel het werk kan en mag doen. Na afronding krijgt de desbetreffende persoon een aanwijzing voor twee jaar en daarna is het weer op herhaling. Uiteraard zit daar een kostenaspect aan.” Van Koert: “Ik noem dat het onzichtbare geld. Als je de normen en eisen toepast en je begint laag, dus vanaf de helmen en de veiligheidsschoenen en de waarschuwingsborden tot en met alles wat je zelf extra en bovenop de norm doet om kwaliteit te bieden, want je moet soms méér doen dan de norm vraagt, dan is dat heel duur. Zoiets als selectieve beveiliging bijvoorbeeld. Wij geven iedere gebruiker ‘on stage’ een eigen 30mA aardlek en eigen voedingskabel, zodat we meteen weten waar het probleem zit en niet het hele geluid in één keer plat ligt. Zoiets staat niet in de wet, maar je doet het toch om jezelf te handhaven en om continuïteit te kunnen garanderen. Dat kost geld. In dat kader zie je dat de recessie en concurrentie effect hebben op het normbesef.

Toekomst
Voor de toekomst van de normalisatie in de evenementenbranche zien Schipper en van Koert nog wel wat beren op de weg. Schipper geeft aan dat hij al drie jaar geleden in gesprek was over een eigen norm voor de evenementenbranche. Dat is toen blijven liggen. “Iedereen ging naar elkaar zitten kijken, want wie gaat dat allemaal betalen? Een norm moet functioneren als een sterke basis met minimumeisen voor elk gebied en niveau, maar ook met wat speelruimte.” Van Koert: “Ik zou een praktijkrichtlijn voor deze branche op basis van NEN 1010 en Arbowetgeving een goede zaak vinden. Maar dat betekent, dat je het dus eens moet zijn over de norm. Daar kan dan geen discussie meer over zijn. De moeilijkheid in deze branche is de grote verscheidenheid aan bedrijven en situaties. Een norm of richtlijn moet in iedere situatie werkbaar en toepasbaar zijn. En als het allemaal niet meer kan, wat volgens de wet moet, dan bedenk je een veilige oplossing en je vraagt ontheffing aan. Hier houdt Presa zich op dit moment mee bezig. Voor de kleine bedrijven en gezelschappen is deze wetgeving en normering vaak veel lastiger toe te passen. Op die manier kan de wet veel creativiteit remmen. Waar moet je aan voldoen als je als ‘bandje’ op het marktplein staat met je instrumenten, lampjes, boxen en microfoon op een stapel omgekeerde lege bierkratten met wat planken erop? De kunst is dus om een norm of richtlijn te maken die in alle gevallen veilig is. Voor het publiek en de medewerkers moet het niet uitmaken of ze bij Pinkpop of een kleinschalig evenement aanwezig zijn. De praktijk is vaak anders.”

Jan Schipper & Kees van Koert