Monteurs moeten de norm leuk gaan vinden

Mulder Elektrotechniek in Apeldoorn. Een familiebedrijf dat inmiddels bijna tachtig jaar in de Apeldoornse markt opereert. In die tachtig jaar uitgegroeid van een klein elektrotechnisch installatiebedrijf met twee detailhandelszaken in wit- en bruingoed naar een modern bedrijf met drie disciplines: elektrotechniek, beveiligingstechniek en data- en spraakinfrastructuren. News1010 in gesprek met directeur Pieter Mulder.

Vernieuwing
‘De toevoeging van die nieuwe disciplines aan ons bedrijf is eigenlijk het gevolg van een aantal branchestudies die de Uneto een jaar of vijftien geleden liet uitvoeren. Eén daarvan heette geloof ik ‘Kansen en Bedreigingen’. Men constateerde dat er grote veranderingen in de branche zouden gaan plaatsvinden en dat daar voor de installateur die serieus met zijn toekomst bezig was zowel kansen als bedreigingen lagen. De verwachting was dat er weinig groei in de ET markt zou zitten, maar dat de mogelijkheden lagen op het terrein van de zwakstroommarkt. Als bedrijf doe je er dan verstandig aan om je op dat gebied te ontwikkelen. De voorspelling van de Uneto heeft zich in 2004 bewaarheid: de elektrotechnische markt heeft zich gestabiliseerd en de groei zit hem in beveiligingsinstallaties en communicatietechniek. Binnen ons bedrijf hebben we nu in feite drie zelfstandige onderdelen die elkaar aanvullen en versterken en voor synergie in marktbenadering zorgen.
In de elektrotechniek zie je vanaf het moment dat het inspectiebeleid ging veranderen, dat de norm een andere rol ging spelen. Vroeger was de norm een soort heilige wet die van buitenaf werd opgelegd en gecontroleerd. Medewerkers werkten op basis van routine, zoals ze een installatie altijd al hadden aangelegd. Wanneer er dan veranderingen in de norm kwamen werd je bij controle door het energiebedrijf op de vingers getikt en bracht je wijzigingen aan conform de aanwijzingen van de inspecteurs. Dus de norm werd eigenlijk altijd achteraf opgelegd en toegepast. De laatste jaren ligt de verantwoordelijkheid voor de veilige installatie bij de bedrijven zelf. Dat heeft ertoe geleid dat wij Waarborg en later BRL erkend installateur zijn geworden.
Vanaf dat moment zie je dat de norm een heel andere beleving binnen het bedrijf is gaan krijgen. De norm ligt nu op tafel en we ontwerpen installaties vanuit de norm. We hebben het werken met de norm ingebakken op de Waarborgmanier. In de Waarborgsystematiek moet je kunnen aantonen dat je ontwerpt, aanlegt en oplevert volgens de norm en daar hadden ze een opzet voor die we eigenlijk nog steeds gebruiken. Het zijn checklisten waarin alle zaken waaraan volgens de norm moet worden voldaan zijn verwoord. In het Waarborgsysteem zitten ook afspraken over hoe je op de hoogte blijft als de norm veranderd. We hebben dat opgelost door een abonnement te nemen op de normenservice van NEN1010, zodat we telkens de relevante updates van de norm krijgen en we onze werkwijze kunnen aanpassen. Dat hele kwaliteitsborgingsysteem zorgt er voor dat we in ieder geval minimaal één keer per jaar kijken of we de laatste wijzigingen binnen hebben en geďmplementeerd in onze manier van werken. Dat werkt voor bedrijven als de onze heel goed, dat je door een dergelijke kwaliteitsstructuur voor jezelf een stok achter de deur zet.

Normbeleving
Als nu de NEN1010 wezenlijk veranderd, en dat hebben we natuurlijk een aantal keren gehad, dan gaan we kijken of we bijvoorbeeld monteurs op cursus sturen. Wat nu bijvoorbeeld heel erg gaat spelen binnen ons bedrijf, dat is de NEN3140. We hebben in ons kwaliteitshandboek staan dat we dat dit jaar gaan regelen. Dus de functiebeschrijvingen met de bijbehorende verantwoordelijkheden moeten op papier komen. Meestal doen we zoiets met ‘in company-training’. Op deze manier is de norm heel anders gaan leven binnen het bedrijf. Vroeger was het de grote boze PGEM die ons vertelde wat er moest gebeuren, nu is het zo dat we zeggen: ‘Jongens dat is onze eigen verantwoordelijkheid’.
Nu kan ik als directeur wel makkelijk zeggen dat de norm leeft in ons bedrijf, maar als in de dagelijkse praktijk de monteur er niets mee doet, dan gebeurt er ook niets. Daarom hebben we er in ons kwaliteitssysteem voor gezorgd dat zelfs bij de kleinste ingreep de monteur tekent voor de ingreep die hij verricht. Wanneer jij ons belt dat het stopcontact niet werkt of dat het scheef op de muur zit, dan controleert die monteur achteraf op een aantal fysieke aspecten zoals aarde, spanning en de aardlekschakelaar daadwerkelijk of het veilig is en functioneert en dat wordt gedocumenteerd.

Gelijke kansen
Ook zorgt de norm voor een zekere regulering waar het gaat om een gelijke uitgangspositie voor bedrijven als het bijvoorbeeld gaat om concurrerende aanbiedingen. Op het moment dat wij iets volgens de norm ontwerpen en maken, kunnen wij kiezen voor de minimale interpretatie van de norm, maar je kunt daar niet onder gaan zitten, althans niet zonder grote risico’s te lopen. Dus ook in die zin ervaar ik de norm niet als last. Bovendien laat de norm en ons kwaliteitssysteem ruimte voor geaccepteerde afwijkingen. Wij ontwerpen in de geest van de norm. Als je dan in een concurrentiesituatie een offerte moet uitbrengen, en je komt volgens de norm uit op 7,3 wandcontactdozen voor een bepaalde ruimte, dan kun je kiezen voor acht, maar ook voor zeven als geaccepteerde afwijking, omdat daar de veiligheid niet in het geding is. Dus die ruimte is er, wanneer je er maar goed over nadenkt en kunt beargumenteren waarom je het zo doet.
Als professioneel bedrijf heb je eerder voordeel van de norm, want je kunt aan je opdrachtgever, die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de elektrische installatie, op een hele goede gemotiveerde manier uitleggen waarom je iets doet en wat de consequenties voor hem zijn als je het niet zo doet. Een klant vindt het altijd te duur en met de norm in de hand kun je dan een heleboel onnodige discussie vermijden. Je kunt dan zeggen: ‘dit zijn de regels en dit is de wet en dat doen we daar en daar om’.
Normen moeten leuk worden voor monteurs. Ze moeten het niet enkel zien als lastige theorie, die nodig is voor het diploma. Maar ze moeten gaan inzien dat ze met die norm als vakman iets moois kunnen maken en veel kunnen betekenen voor de veiligheid van de klant.’

Pieter Mulder