APK voor woningen: laatste woord nog niet gesproken.

Door een tweetal gasexplosies in Rotterdam en Den Haag in 2003 lijkt de discussie over de APK keuring voor woningen en het zogenaamde woningdossier in een stroomversnelling te zijn geraakt. De publiciteit rondom de incidenten zorgde er in ieder geval voor dat het onderwerp werd gegegijzeld door de politiek. Hoofdpunt van de discussie was niet zozeer de kwaliteit van de gas- en elektravoorzieningen in woningen, maar de vraag wie nu eigenlijk verantwoordelijk is voor het toezicht daarop. Overigens bleken de ongevallen in Den Haag en Rotterdam achteraf niet veroorzaakt te zijn door onveilige installaties. Overleg tussen de Ministeries van VROM en EZ en de VNG over deze kwestie vond al langer plaats maar werd hierdoor wel geïntensiveerd. Daarbij kwamen ook een aantal initiatieven zoals de proef APK veiligheidsinspecties van NRE Netwerk in Eindhoven en activiteiten van Uneto-VNI op dit terrein.

Krachtens artikel 100 van de Woningwet zijn de gemeenten in Nederland formeel verantwoordelijk voor het toezicht op de gas- en elektravoorzieningen. Omdat de controles tot hun verzelfstandiging medio jaren ‘90 door de energiebedrijven werden uitgevoerd, hebben de gemeenten nooit een eigen controleapparaat voor deze taak ingericht en is de feitelijke controle achterwege gebleven.
In juli 2003 stelde de VNG aan de Tweede Kamer voor om de energiebedrijven/netbeheerders verantwoordelijk te maken voor het toezicht omdat zij immers over de expertise en middelen beschikken om dat toezicht feitelijk uit te voeren. Het overleg tussen VNG, EZ en VROM heeft inmiddels geleid tot bestuurlijke afspraken over de inhoud en verantwoordelijkheden rond het toezicht op de veiligheid van gas- en elektravoorzieningen in woningen. Drie belangrijke uitgangspunten daarbij zijn, de verantwoordelijkheid van de burger (eigenaar/bewoner) voor de veiligheid van de eigen installaties, de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het toezicht daarop en ten slotte een periodieke keuring voor in eerste instantie risicowoningen.

APK
Om de risico’s op korte termijn te beperken stelt men voor een verplichte keuring in te voeren voor evidente risicowoningen. Wat daaronder moet worden verstaan moet nog objectief vastgesteld worden, maar duidelijk is dat daarbij criteria als ouderdom, ligging en de aard van het gebruik een rol zullen spelen. Vóór de zomer zal duidelijk moeten worden wanneer de wettelijke invoering zal plaatsvinden.
Duidelijk is dat de eigenaar van de woning verplicht zal worden om periodiek zijn gas- en elektravoorzieningen te laten keuren door een keuringsinstantie. Onduidelijk is nog wie de keuringsinstantie zal worden, welke normen voor de keuring gehanteerd zullen worden en op welke wijze die vastgelegd moeten worden. In de loop van 2004 hoopt men over deze kwesties meer duidelijkheid te kunnen scheppen. Daarbij zullen de resultaten van proeven zoals gedaan door NRE Eindhoven en de invoering van de Europese Richtlijn inzake de energieprestaties van gebouwen en de voorbereidingen om te komen tot een woningprofiel/woningdossier en de initiatieven vanuit de markt om keuringen aan te bieden(Uneto-VNI) worden betrokken.

Onderzoek
Momenteel wordt in het kader van het actieprogramma Gezondheid en Milieu door het Ministerie van VROM een onderzoek uitgevoerd naar de gezondheidsaspecten in de woning. Recent is de kwaliteit van de woninginstallaties aan dat onderzoek toegevoegd. Ook is het ministerie al langer bezig met een onderzoek naar de kwaliteitsaspecten van woningen via woninginspecties. Daarbij komen de gas- en elektravoorzieningen tevens aan de orde. Voorts is voorzien in een attitudeonderzoek naar de houding van de burger ten aanzien van veiligheidsrisico’s bij woninginstallaties. Ook kunnen de landelijke ongevallenstatistieken gegevens opleveren.
Het is de bedoeling dat al deze onderzoeken uiteindelijk de gegevens opleveren voor een risicoanalyse op grond waarvan het toezicht op en het tempo van de uitbreiding van de verplichte keuringen kunnen worden vastgesteld.

Kosten
In de voorstellen is voorzien dat de kosten voor de verplichte keuring, de registratie en de eventuele herstelwerkzaamheden voor rekening van de woningeigenaar zijn. De kosten voor het toezicht op de uitvoering van de keuringen, het maken van risicoanalyses in het kader van het handhavingsbeleid zullen voor de gemeenten zijn. De gemeenten zijn bereid om onder strikt omschreven voorwaarden het toezicht als een nieuwe taak op zich te nemen, waardoor de feitelijke situatie in overeenstemming wordt gebracht met de formeel-juridische. Het Ministerie van VROM neemt ten slotte de kosten voor landelijke onderzoeken en risicoanalyses op zich evenals de kosten voor voorlichtingscampagnes voor burgers. Uiteindelijk zullen de verplichte keuringen moeten worden opgenomen in wet- en regelgeving.

Reacties
Als spreekbuis van bewoners en eigenaren hebben zich de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis opgeworpen. Al in 2003 stelden zij dat de huiseigenaren de rekening gepresenteerd dreigen te krijgen voor de jarenlange onachtzaamheid in de controlerende taak van de lokale overheden. In de Woningwet is opgenomen dat gemeenten toezicht moeten houden op de kwaliteit van de woninginstallaties ‘achter de meter’. Wanneer gemeenten niet in staat zijn dergelijke inspecties uit te voeren, moeten ze uitbesteed worden aan bijvoorbeeld de energiebedrijven/netwerkbeheerders. “Gemeenten mogen voor het uitoefenen van hun wettelijke taak huiseigenaren geen aparte rekening sturen, omdat er geen sprake is van dienstverlening in de zin van de Gemeentewet” aldus VEH. Uiteraard zijn eigenaren verantwoordelijk voor onderhoud en reparaties, maar de kosten voor de daarmee gepaard gaande inspecties zijn voor de gemeenten. De burgers betalen gemeentelijke belastingen, waaruit deze kosten betaald moeten worden. De voorstellen van VROM en VNG zijn moeilijk te verteren voor VEH en Consumentenbond, omdat er geen uitzicht is dat de gemeentelijke belastingen omlaag zullen gaan en het een verkeerd signaal is naar falende gemeenten.

Het vervolg
De VNG en VROM nemen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor verdere uitwerking van de voorstellen. Hierbij valt te denken aan het opzetten en uitvoeren van landelijke en lokale onderzoeken en experimenten, de inrichting en invoering van een certificeringsysteem voor installateurs en het in kaart brengen van de kosten voor de burger. Ook zal nog onderzocht worden op welke wijze de verplichte keuring een wettelijke basis kan krijgen en welke normen voor de keuring moeten worden gehanteerd. Hoewel minister Dekker van VROM de Tweede Kamer heeft toegezegd nog voor het zomerreces van 2004 te informeren over de planning van de wettelijke invoering van de verplichte keuring, lijkt het laatste woord hierover nog niet gesproken.

Goedgekeurd?