APK veiligheidsinspecties NRE Eindhoven

In september 2003 besloten de gemeente Eindhoven en NRE Netwerk samen om de staat van de veiligheid bij woningen vast te stellen. Het doel daarvan was tweeledig. Enerzijds wilde men een beeld krijgen van de lokale situatie, anderzijds konden de onderzoeksgegevens een bijdrage leveren aan de landelijke discussie die inmiddels rond dit onderwerp was ontstaan. Het initiatief in Eindhoven was echter al van eerder datum en de samenwerking tussen NRE en gemeente Eindhoven was al geïntensiveerd door de bestrijding van elektriciteitsdiefstal bij illegale hennepteelt. News1010 in gesprek met ir. Ralph van Hof, directeur van NRE Netwerk en ing. Piet Maas, projectmanager.

´Kun je stellen dat het idee van de APK keuring voor woningen een soort reparatie is van de situatie in de controlepraktijk die is ontstaan in de jaren ´90 na de verzelfstandiging van de energiebedrijven, of is dat te kort door de bocht?’

Van Hof: ‘Dat is te kort door de bocht. Het zit hem niet zozeer in wetgeving of de verschuiving van verantwoordelijkheden. Het is meer een kwestie dat Nederland massaal aan het klussen is en dat mensen het nalaten om jaarlijks onderhoud te plegen aan hun installaties. Daarbij komt dat mensen de risico’s onderschatten en veel mensen het besef niet hebben dat er iets mis is. Wij hebben daar heel veel last van, bijvoorbeeld bij storingsmeldingen, wanneer er midden in de nacht een paar keer de huiszekering uitgaat en je komt op zo’n adres aan waar het allemaal niet goed geregeld is, dan kun je als netwerkbeheerder relatief weinig doen. Vaak zijn dat gevallen waar het dan net niet zo onveilig is dat je de volledige energielevering moet stoppen, maar wel dat je denkt wat maken die mensen er een rommeltje van. In die zin is het goed dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. En je kunt dat stimuleren door een prikkel te geven zoals de korting op een brand- en opstalverzekering. Dat is nou net het soort mechanisme wat past bij onze tijd.
Maas: ‘Voor wat betreft de elektriciteit is er nog wel een reden om te komen tot die keuring en dat is het toegenomen gebruik van elektrische apparatuur in de woning. Hierbij moeten wij dan vaak constateren dat de basisinstallatie zoals die in het verleden gemaakt is, het niet toelaat dat je op een verantwoorde manier al die apparatuur aansluit. En dan komt de bouwmarkt in het verhaal. Daar kun je alles kopen. Alleen degene die het koopt weet vaak niet op welke manier het gebruikt kan worden. Neem alleen maar het voorbeeld van de kabelhaspel. Daar staat ergens op tot hoeveel Watt je hem mag belasten, maar hoeveel Nederlanders zouden weten wat dat inhoudt? Wanneer je in een woning van vóór 1950 komt met bij de deur een gecombineerde lichtschakelaar-wandcontactdoos en je moet daarmee alles doen, dan weet je wel hoe het gaat.’
Van Hof: ‘We hebben moeten constateren dat er een aantal mensen is dat alles keurig voor elkaar heeft. Maar bij het overgrote deel is het niet in orde. Wat daarbij opvalt, is dat het dan over de hele linie niet in orde is. Het gaat dan meestal om een combinatie van achterstallig onderhoud en ongeoorloofde uitbreidingen aan de installatie. Als je het toespitst op de norm, dan krijg je een beetje een rigide discussie. Waar ligt de grens tussen veilig en onveilig. Wij zouden die discussie liever omdraaien: wanneer je in een huis woont van 1920 en je hebt nog de originele installatie, wordt het dan niet eens tijd om iets te gaan doen? Terwijl er nu gezegd wordt: in een huis tot 1960, daar mag nog van alles omdat het valt onder het oude bouwbesluit. Het is helemaal niet nodig om het op te hangen aan een strak normenkader van wat mag en niet mag. Het gaat ons veel meer om een mentaliteitsverandering bij bewoners en eigenaren. Een veilige installatie moet een vanzelfsprekendheid worden. Bovendien, niemand wil het risico lopen op brand door een overbelasting van de elektrische installatie. Hoe stimuleer je goed gedrag is vervolgens de vraag. Dat kan door straf. Wanneer een situatie echt onveilig is dan kunnen gemeenten door middel van een aanschrijving daar iets aan doen. Je kunt ook goed gedrag belonen, bijvoorbeeld door die financiële prikkel van de korting op de verzekeringspremie. Voor de toekomst zijn we voorstander van een structurele samenwerking met de gemeente in de vorm van een soort veiligheidsmonitor, waarbij ieder jaar specifieke risicopanden bezocht worden. Daarbij moet je dan denken aan bijvoorbeeld studentenhuizen, hotels en horeca. Dat is in lijn met de plannen van VROM en de VNG.’

‘U bent tijdens het onderzoek natuurlijk de nodige onveilige situaties tegengekomen. Kunt u iets meer vertellen over de concrete resultaten?’

Van Hof: ‘Grofweg kwamen we drie situaties tegen. Er waren panden waar de situatie goed was, panden waarbij de installatie voor verbeteringen vatbaar was, maar dat was dan niet urgent, en situaties die ronduit onveilig waren, waarbij we installatie of een deel daarvan moesten afsluiten. Dat laatste is heel veel voorgekomen, vaker dan we gedacht hadden. Wat opviel is dat –pratend over verandering van gedrag- we bij heel veel mensen welkom waren en onze veiligheidsadviezen serieus genomen werden. Die variëren dan van ‘mevrouw, trek de stekker er maar uit en gooi dat tosti-ijzer nu eens weg’ tot een gedeeltelijke buitenwerking stelling van de installatie. Wanneer je goed duidelijk kunt maken dat iets echt onveilig is, hebben mensen daar geen problemen mee. Integendeel, vaak waren ze blij dat je ze op die situatie wijst en is er ook wel de bereidheid om mee te werken.
Uitgangspunt voor de inspectie was dat we het binnen een uur konden doen. De norm was ‘goed huisvaderschap’ en niet NEN1010. Voor wat betreft de elektrische installatie werd gelet op direct aanrakings- en brandgevaar en foutieve aarding. Dit waren de criteria voor eventuele afsluiting. Redenen voor afkeuring waren onder andere ondeskundige uitbreiding, de werking van de aardlekschakelaar, foutieve toepassing van materialen en de aarding van de gasleiding en bijvoorbeeld de radiator in de badkamer. Gemiddeld genomen –ongeacht de leeftijd van het pand- kwamen wij op een percentage van 4% voor afsluiten dan wel afkeuren.’

Op grond van het onderzoek komt NRE tot een aantal aanbevelingen. Ten aanzien van de APK systematiek pleit men voor een keuring waarbij de belangrijkste risico’s binnen een uur kunnen worden vastgesteld en waarbij zo nodig direct herstel kan plaatsvinden om afsluiting te voorkomen. Dat kan door de keuring te laten samenvallen met de onderhoudsbeurt. Verder mogen de goeden niet lijden onder de kwaden. Preventie moet daarom lonen, bijvoorbeeld door de korting op verzekeringspremies. De keuring zou eens in de vijf jaar moeten plaatsvinden en uitgevoerd moeten worden door erkende (REG/REI/REW)installateurs. Uiteraard moeten de keuringen geregistreerd worden en moet er sprake zijn van kwaliteitsborging. Wie meer gedetailleerd kennis wil nemen van het onderzoeksrapport kan daarvoor terecht op de website van NRE Eindhoven: www.nre.nl

Ralph van Hof & Piet Maas